logo humor en zijn schaduw

Humor en zijn schaduw

Zoeken met Google op het web:

Voor wie meer wil weten over grappen in de Klassieke Oudheid: een grap is een grap is een grap?

Een woord van Dank: hier aanklikken!

        

ezeltjes

        

Humor kent zijn schaduwzijde. Wie een eerste blik werpt in grappenverzamelingen, valt één ding meteen op: de verzamelaars van vroeger en nu blijken geen vrolijke erop los levende levensgenieters te zijn. Dat gaat ook op voor een van de eerste ons bekende verzamelaars, Poggio Bracciolini (1380-1459). Hij verzamelde zijn 293 grappen in een boek met de naam “Liber Facetiarum”, kortweg aangeduid met Facetiae, wat in het Latijn betekent “geestigheden, schertsen, grappen”. Volgens Jim Holt in zijn geschiedenis en filosofie van de grap, zei men over Poggio: “In een scheldkanonade liet hij zich zo ongenadig gaan dat de hele wereld bang voor hem was”.

Een andere verzameling grappen verwijst in de titel van het boek naar een zekere Joe Miller. De beste man was acteur en stond voornamelijk bekend om zijn slechte humeur. Toen in 1739 deze verzameling grappen in boekvorm verscheen, was hij net overleden en kreeg het boekje zijn naam, en dat was niet om hem om zijn gevoel voor humor te eren. De Amerikaanse schrijver, Gershon Legman, die naar het zuiden van Frankrijk moest uitwijken omdat zijn grappen in de VS staatsgevaarlijk werden beschouwd, verzamelde vieze grappen om de wereld te onderwijzen. Hij wilde met De rationalisatie van vieze grappen, duidelijk maken dat in grappen verborgen gewelddadige aandriften van mannen ten aanzien van vrouwen zaten verborgen. Legman was de uitvinder van de slogan: “Make Love, Not War”. Zijn laatste boekNiets om om te Lachen” had als motto: “Voor de Schaduwen van Poggio Bracciolini”.

       

Een verzameling grappen uit 1264-1286 is samengesteld door de aartsbisschop van de Jacobijnse kerk in Syrië. De verzamelaar heet John Abu-′l-Faraj en heeft de bijnaam Gregory bar Hebreaus (Sjors, de zoon van de Jood), omdat zijn vader waarschijnlijk Joods was. Hij heeft de verzameling gemaakt op oude leeftijd, vlak voor zijn dood, die hem was aangekondigd in een voorspelling. De titel waaronder de grappen voor het eerst zijn gepubliceerd, is: The laughable stories collected by Mar Gregory John bar Hebreaus (1897). Duidelijk is dat al vroeg intellectuelen belangstelling hadden voor grappen in dit genre, net zoals later het geval is.

De filosoof Wittgenstein en de grondlegger van de psychologie, Sigmund Freud, waren beiden hevig geïnteresseerd in grappen. In grappen kwam de ware aard van het beestje “mens” naar boven. Zowel de filosoof als de psycholoog stonden niet bekend om hun opgeruimde natuur. Al dit bracht me later ertoe in deze verhandeling van de Klassieke Grap humor te koppelen aan zijn Schaduw.

        

Humor beschijnt als een warme zomerzon ‘kritische’ onderwerpen. Een onderwerp wordt erdoor onder de aandacht gebracht en toeschouwers kunnen zich in de schaduw verschuilen om zich op een afstandje een mening te vormen. In de Klassieke Oudheid bestond de grap in komische teksten, door Romeinen meestal “fabulae” (fabels) genoemd (Die römische Literatur), al als een aparte categorie. Voor Romeinen en Grieken hielden de grappen vaak verband met de Dionysusfeesten (Bacchusfeesten). Grappige toneelstukjes kregen bij die gelegenheid de naam Saterspel, een spel waarin een Satyr een hoofdrol speelt. Ook andere komische toneelstukjes stonden niet op zichzelf, maar werden voor en tussen belangrijkere activiteiten door zoals gladiatorenspelen of religieuze erediensten opgevoerd. De autoriteit op dit gebied, Aristoteles, onderscheidt in de Poëtica oude en nieuwe komedies. Op de categorie “komedie” was niet meteen de aanduiding humor of humoristisch van toepassing. Onder “humor” werd iets anders verstaan, dat meer overeenkomst heeft met ons woord voor humeur. De beide woorden gaan ook terug op hetzelfde woord in het Grieks: το χυμα, vocht. Net als alles dat van vocht doordrongen is in de zon te drogen kan worden gelegd, was een goed humeur (=humor) voornamelijk van belang als een gekozen houding op afstand ten opzichte van iemand of een gebeurtenis.

        

Humor was al in alles altijd aanwezig. Het begrip “humor”, zoals wij dat nu kennen, is pas in de achttiende eeuw ontstaan. Dit begrip (“Humor”) heeft zich ontwikkeld uit de vroegere humorale theorie. In dit oude gezondheidssysteem stond de theorie van Hippocrates van Kos centraal. “Humor” was daarin een element, een vocht, dat met alles (?) een (chemische?) verbinding aanging waardoor je gebeurtenissen kon relativeren. In de grap resoneerde je omgeving direct met je eigen welbevinden; je was als een door zon beschenen object. Het was een vorm van “verlichting”. Grappen waren van belang om je gezond en energiek, om je in “control” te voelen. Sommigen geloofden zelfs dat je de doden ermee uit het hiernamaals naar deze wereld kon terughalen.

        

Dankzij humor kun je iemand met de neus op de feiten drukken, zonder dat dit tot geweld leidt. In de Klassieke Oudheid moest je je ervoor hoeden niet ondoordachte grappen te maken. Niet altijd was wat humoristisch bedoeld was, een grap. Het antwoord van Tiberius op de condoleances van ettelijke maanden verlate bezoekers voor de begrafenis van zijn zoon Drusus is hiervan een voorbeeld. Suetonius, zijn biograaf, vond het niet grappig dat Tiberius deze verlate bezoekers toevoegde dat hij hen van zijn kant condoleerde met de al eeuwen geleden overleden held Hector die inwoner was van Troje, de stad waar deze bezoekers vandaan kwamen. Suetonius kon het niet velen dat een tiran als keizer Tiberius zich zo′n luchtige grap over het overlijden van zijn zoon veroorloofde.

        

Ik volg in dit relaas van deze gebeurtenis Paul Schulten in een artikel in de Spiegel Historiael over de Humor in de Klassieke Oudheid. Andere schrijvers, Bakhtin, Olga Freidenberg en Lada Stevanović, in een artikel getiteld “Ridiculed Death and the dead: Black Humor” benadrukken dat er tijdens de dood van een geliefde in de Klassieke Oudheid veel werd gelachen. De lach verlengde het leven van de zieke, voegde levenslust toe aan een stervende. De beweringen van Lada Stevanović en Paul Schulten hoeven niet met elkaar in tegenspraak te zijn. Het artikel van Lada Stevanović sluit aan op de humorale theorie, terwijl ik mij afvraag of dat ook het geval is in het artikel van Paul Schulten. De grap van Tiberius kan ook als een bewijs van respect voor zijn zoon Drusus worden opgevat. Tiberius geeft te kennen dat hij door te lachen, door het maken van grappen de rouwperiode voor zijn zoon verlengt om aan zijn bezoekers tegemoet te komen. En Suetonius wilde dit eerbetoon niet uit afschuw voor de dictator Tiberius en diens zoon Drusus. Op die manier uitgelegd sluit de grap van Tiberius aan bij de humorale theorie. Aansluiting op de humorale theorie is een sine qua non, omdat het de heersende gezondheidstheorie in die dagen was! Ook voor het schetsen van de ideale heerser maakte men gebruik van de humorale theorie om langs die weg sturing te geven aan de opvoeding van een ideale keizer, wat naar mijn idee het doel is van Suetonius. Daarmee geef ik aan dat naar mijn idee Suetonius niet in geschiedenis geïnteresseerd was, maar in pedagogie. Tiberius had de verkeerde houding om goed te kunnen regeren. Het afwijzen van de grap heeft met de persoonlijke voorkeur van Suetonius te maken voor andere keizers.

        

Ons kan het vreemd voorkomen dat “vocht” het basiselement van de humorale theorie is. Als je echter een vergelijking maakt met de ons bekende computertechniek, waarin “licht” het basiselement is waarom alles draait, dan lijkt mij de keuze voor “vocht” al veel minder vreemd. Weet je dat één van de andere elementen in de humorale theorie “vuur” (licht) is, dan is de overeenkomst met onze digitale techniek zelfs frappant. Alleen in de humorale theorie was het resultaat “warmte” (energie) en in de computertechniek een “afbeelding”. Nog weer een ander basiselement in de humorale theorie was “lucht”. “Lucht” werd verbonden met lachen, en omdat de kleur waarmee “lucht” werd geassocieerd “rood” is, werd “humor” met deze kleur in verband gebracht. Aan het begin van een grappig verhaal staat vaak een verwijzing naar de kleur rood, als een signaal, een teken, om luisteraars te kennen te geven dat wat zij te horen krijgen goed is voor hun geestelijk welzijn. Je kunt je voorstellen dat wind het verschijnsel in de macrokosmos is dat in de lach (ademhaling) in de microkosmos zijn pendant vindt. Gecombineerd met zonneschijn wekte de wind de lachlust op, volgens de klassieken. Verder zijn in de humorale theorie Zon & Schaduw twee onverbrekelijke, communicerende kanten van dezelfde (Yin en Yang) munt, opgeworpen om het levenslot te bepalen. Daardoor kan het voorkomen dat “kop” vaker voorkomt, wat kan betekenen dat men meer of minder van zon of schaduw kan genieten. Soms wint de schaduw het van de zon, als de zon laag aan de hemel staat en de schaduwen lang zijn. Soms staat de zon hoog aan de hemel, en is er geen schaduw om in te schuilen. En zo vergaat het de humor in de Klassieke Oudheid ook: door elke lach heen, blinkt een traan, hoe meer gelachen, hoe beter geleefd!?

        

Grappen uit de Klassieke Oudheid zijn, beeldend voorgesteld, een schimmenspel van zon en schaduw; daarbij aan jou de keuze, als in een hinkelspel, van schaduw naar zon beschenen plek te springen, heen en terug. Om van Zon naar Schaduw te springen moet je je soms in allerlei bochten wringen of rare, kleine, hoge, verre, sprongtjes doen als een haan in een hanengevecht. Ik wil hier Kristina Fagan in “Me Funny” instemmend citeren. Zij haalt Clifford Geertz aan in haar artikel over “Indianen”-humor. Net als bij de hanengevechten ‎die Geertz beschrijft, gaat het bij humor niet om een directe reflectie ‎van een probleem, maar om mogelijke opvattingen en oplossingen, een reflectie op een probleem. Dit blijkt ook uit een Batakse vertelling, waarin hanengevechten de oplossing bieden uit een conflict tussen een vruchtbare vrouw en drie onvruchtbare vrouwen. Fagan vindt dat humor niet een directe functie vervult in een gemeenschap, maar meer een flexibel raster (patroon, matrix, puzzel) is waarin verschillende visies en gedragingen open kunnen worden overdacht en uitgeprobeerd om de overlevingskansen van de gemeenschap te vergroten:

(Klik voor de oorspronkelijk tekst (7) hieronder):


"Net als hanengevechten, is humor aan het moment gebonden en emotioneel. Men vindt humor iets dat er ‘minder’ toe doet of los staat van het leven van alle dag. Als zodanig is het een manier om allerlei sociale spanningen, angsten en tegenstrijdigheden uit hun verband te halen, erop in te zoemen en te onderzoeken. Humor is een indirecte manier van reflecteren op punten die kunnen leiden tot ruzies in een gemeenschap."

‎ ‎

Humor is een vorm van gedeelde projectie, eigenlijk. De vraag is of de oudste grappen ook als grondvorm een patroon waren, een matrix. Was de matrix het bestaansrecht van de grap? En was dit dan ook meteen de reden van zijn ontstaan? Volgens de “Joke-Professor” van Berkley California, Alan Dundes, zijn er in de actualiteit twee omgevingen waar grappen ontstaan: de beursvloer en de gevangenis. In beide gevallen, omdat men er blijkbaar tijd voor heeft. De beursvloer bestond in de Klassieke Oudheid nog niet, maar handel en gevangenissen kende men al volop. Misschien waren het “gevangenen”, losgerukt uit de werkelijkheid, die aan het begin van de eerste grappen ooit staan. Of misschien was het de handelaar die met een grap een koper wilde verleiden, die de eerste grappen maakte. De vraag is dan wel, is de grap van toen, wel de grap van nu? Met andere woorden: is een grap van een grap een grap?

        

Vaak kent men aan grappen in navolging van Freud de functie toe ontremming teweeg te brengen: net als een droom bij Freud een wens is, is ook de grap een verkapte wens. Het aantrekkelijke van de freudiaanse theorie is, zoals Jim Holt zegt, dat de grap door het lachen zich verbindt met direct zichtbare lichamelijke veranderingen. En deze veranderingen zijn te verklaren uit een ingewikkeld samenspel van spanning en ontspanning. Uit hersenscans is volgens Mark Mieras gebleken dat deze lichamelijke reactie ergens anders wordt opgewekt dan je zou verwachten: niet in de nucleus accumbens (waar ons genieten wordt gereguleerd), maar in het supplementaire motorieke gebied van de hersenen, de gyrus cingularis. Er blijkt een onverwacht verband tussen epilepsie en de lach. Als de grap niet alleen een matrix is om beslissingen te ordenen, maar ook een functie, dan zou deze functie kunnen samenhangen met het beroep van mensen die vroeger vaak last hadden van de “vallende ziekte”. De meest gangbare theorie met betrekking tot humor gaat uit van de “onsamenhangendheid in gedachtengangen” (incongruentie), wat leidt tot lachen.

        

Toen ik in 1980 als antropoloog in Marokko grappige verhaaljes ging verzamelen, wist ik niet dat veel van deze verhaaltjes heel erg oud waren. Later stelde ik me de vraag, waarom dat ene verhaal wel in die ene taal (meestal Marokkaans) bewaard is gebleven en niet in een andere taal? En als er in verschillende streken van de wereld varianten van eenzelfde verhaal opdoken, vroeg ik me af wat het ene verhaal verschillend maakte van het andere, ook al blijft de strekking dezelfde? En waarom worden sommige verhalen nu nog precies zo verteld als twee eeuwen geleden, en misschien al wel langer? En hebben ze wel altijd een humoristische strekking gehad? De antwoorden op deze vragen kun je op deze website terugvinden verspreid over de 3 delen, Recht, Fatsoen en Godsdienst, en de Conclusie.

      

De rode lijn van dit betoog is een tweeledige vraag. Enerzijds ga ik na in hoeverre er in klassieke grappen sprake is van een vast patroon. Anderzijds beantwoord ik de vraag of deze grappen behalve een patroon ook een concreet doel dienden? Anders gezegd, een functie hadden. Met het beantwoorden van deze twee vragen, hoop ik ook een antwoord te kunnen geven op de vraag naar de oorsprong van humor. Om deze gedachtensprong te verduidelijken was het nodig een toelichting te schrijven op de vraag naar hoe “functie” en “oorsprong” kunnen samenhangen.

        

Nu heb ik deze grappen uitgezocht op eigen criteria en een scherpslijper zou mij kunnen verwijten, dat ik een antwoord geef op een vraag, waarvan ik tevoren het antwoord al wist. Dat is niet het geval! Deze bewering baseer ik vooral op mijn eigen ervaring met het schrijven van dit stuk dat zich aan mij in vele gedaantes heeft voorgedaan. Uiteindelijk heeft het deze tekst opgeleverd. Van het begin af aan stonden de categorieën vast waarin ik de grappen wilde onderbrengen; het verband tussen de categorieën kende ik niet. Onderzoek heeft de verbanden opgeleverd. Van dit onderzoek doe ik hier verslag.

        

 Wilt u meer weten, dan kunt u het boekje “Klassieke Humor & zijn Schaduw” kopen en toegang krijgen tot meer informatie over dit onderwerp op de website. In een hier aan te klikken stuk staat een legenda om precies te weten om welke reden stukken tekst in het boekje op een bepaalde manier (schuin, kleur etc.) zijn afgedrukt. Het is aan te bevelen om de teksten met de browser Firefox te lezen, omdat alleen in deze browser de groen gekleurde stukken tekst, als ze openklappen, goed te lezen zijn. De venstertjes sluiten al na enkele seconden als ze in andere browsers worden geopend; niet in Firefox. Veel plaatjes op de website staan niet in het boekje. Het boekje geeft je een eerste indruk van wat je te wachten staat op de website. Je kunt op de website bijvoorbeeld opmerkingen, eigen vondsten en meningen schrijven in het gastenboek. De website Klassieke Humor & Zijn Schaduw is te vinden op: "http://humor.levensverhalen.eu.