Spring hier naar de oorspronkelijke Latijnse tekst..

(1) Ik heb uiteindelijk “auream pateram” vertaald met “gouden bokaal”. Ik heb die keuze gemaakt, omdat “bokaal” associaties oproept aan het winnen van wedstrijden. En deze bokaal heeft Amphitruo gewonnen, omdat hij als overwinnaar uit de oorlog kwam. Daarnaast roept bokaal de associatie op van drinkbeker, en dit cadeau was de drinkbeker van de koning die door Amphitruo werd verslagen. Ten slotte roept het woord bokaal iets op van een gebruiksvoorwerp in de keuken: een kom of schaal. In deze Romeinse contekst leek het me daarom ook een geschikt cadeau voor Alkmene.

         

Maar ook andere vertalingen zouden terecht zijn. Eerst had ik het vertaald met “kelk”, omdat de hele scène me aan christelijke rituelen in de RK mis of sommige protestantse kerkdiensten deed denken. Omdat dit toneelstuk tot ver in de Middeleeuwen is opgevoerd, is de kans groot dat de tekst is aangepast aan de voortschrijdende kerstening van Europa. In het vierde bedrijf van de Amphitruo ontbreken stukken tekst in het Latijn. Van deze dialogen bestaan verschillende teksten. Dit is een voortvloeisel van de improvisatieruimte die het Romeeinse theater liet aan de spelers. Het is dan ook helemaal niet vreemd dat de tekst aan het christelijke taaleigen werd aangepast. Dat wil meteen ook zeggen, dat we waarschijnlijk niet over de meest oorspronkelijke tekst van dit toneelstuk beschikken. “Auream pateram” roept direct associaties op aan een goddelijke (gouden) vader (Latijn: pater), vind ik.

         

Ten slotte heb ik overwogen om “auream pateram” te vertalen met “beker”. Maar dan mis ik de dubbele “a” van bokaal, waardoor er een associatie met Graal mist. Want ook de associatie met de Heilige Graal doet ertoe, gezien de afloop van deze scène, die ik hier niet ga verklappen. Kortom, ik weet niet of mijn vertaling juist is. Ik vertel dit erbij om u in de gelegenheid te stellen zelf een oordeel te vormen.

         

(2) Achter het woordje “perplex” verschuilt zich een bekend ziektebeeld. In het werk van Maimonides moet het begrip “perplex staan” vertaald worden met “niet meer weten waar je aan toe bent, dolen, verdwalen”! Dat is heel iets anders dan wij onder “perplex staan” verstaan. In het Latijn staat er “demiror” (zich verwonderen) wat bij mij het beeld oproept van iemand die een fata morgana najaagt: een psychose ervaart. Psychose en “perplex staan” hebben in het verleden met elkaar te maken. In “demiror” zit het Latijnse woord voor wonder (miraculum), waar deze scène over gaat: zo verwonderd zijn dat je de weg kwijt raakt. Vandaar de vertaling “demiror” met “perplex staan”. Mijn vertaling gaat terug op de strekking die het woord bij Maimonides heeft. Zie ook het commentaar op een verhaal uit de Gargantua en Pantagruel van 8 oktober 2019.

         

(3) In het Latijn staat er “circumferri”, wat letterlijk betekent “om haar heen gedragen”. Voor vrouwen als Alcmene van wie gezegd werd dat ze “cerritae” waren, met andere woorden werden gekweld door Ceres of anders gezegd bezeten door geesten, bestonden er exorcisme–rituelen. Om de geesten (de duivel) uit te drijven werd de bezetene omringd door mensen met zwavel en fakkels. De ceremonie heeft grote gelijkenis met wat nu nog in bepaalde arme wijken in Marokko gebeurt, als men denkt dat iemand door een geest is bezeten. De bekendste organisatie voor duiveluitdrijving in Marokko staat bekend onder de naam The Hamdasha, omdat Vincent Crapanzano, een Amerikkaanse onderzoeker, hier een indringend boek over heeft geschreven.

         

(4) Bij Plautus komen regelmatig de huisgoden (Lares) op de proppen. In mijn blog van 15 februari 2019, waar Plautus′ beroemdste toneelstuk Aulularia (de potcomedie) wordt besproken, staat in het commentaar, de rol van deze huisgoden besproken.

         

(5) Ook de Romeinen moesten zich met het probleem uiteen zetten of iets een feit (facta) was of een verzinsel.

         

(6) Ik ben niet de enige die in dit stuk allerlei christelijke uitingen leest. Verderop in de tekst komt het woord “gekruisigd” voor, en hier staan de laatste woorden die Christus aan het kruis heeft gesproken: “Consummatum est” (en niet “consummata” omdat het in dit toneelstuk om een vrouw, Alcmene, gaat), “Het is volbracht” (Johannes (19: 30). De Engelse vertaling “consummate” kan ik alleen verklaren, als de vertaler dezelfde associaties bij dit toneelstuk had als ik. In het Latijn is het hier niet terug te vinden: “praestigiatrix multo…maxima”, te vertalen met “een heel goede oplichtster”, waarbij “oplichten” nog direct teruggaat op het wegnemen van het licht, verblinden. Hoe hier in het Engels “Consummate” van kan worden gemaakt is mij duister, behalve om de hierboven genoemde reden.

         

(7) Dubbelgangers komen heel vaak voor in Romeinse kluchten. Je hoeft dus niet meteen aan schizofrenie te denken bij deze woorden van Sosia.

         

(8) En hier staat dan het boven al aangehaald “cruciatu”. Omdat het een van straffen was die de Romeinen kenden, is het niet zo verwonderlijk dat het met zekere regelmaat in allerlei teksten voorkomt. Maar de samenhang Geboorte Hercules = Geboorte Jezus, de ezel en os, en hier de bokaal, en nu twee tamelijk zeldzame woorden achter elkaar, geeft je toch het idee dat er op de achtergrond Bijbelse verhalen een rol spelen. Dat valt te verklaren doordat het stuk tot ver in de Middeleeuwen is opgevoerd. We hebben dus hier met een van die zeldzame stukken te maken, waaruit je kunt opmaken hoe de overgang van het Romeinse veelgodendom naar het Christelijke geloof heeft plaats gevonden.

         

De originele tekst.

(4) Uit: Project Perseus, Plautus: Amphitruo

Alcmene:
(130) Obsecro, etiamne hoc negabis, te auream pateram mihi dédisse dono hodié, qua te illi donatum esse dixeras?
Amphitruo:
Neque edepol dedi neque dixi; verum ita animatus fui itaque nunc sum, ut ea te patera donem. sed quis istúc tibi dixit?
Alcmene:
Ego equidem ex te audivi et ex tua accepi manu (135) pateram.
Amphitruo:
Mane, mane, obsecro te. nimis demiror, Sosia, qui illaec illic me donatum esse aurea patera sciat, nisi tu dudum hanc convenisti et narravisti haec omnia.
Sosia:
Neque edepol ego dixi neque istam vidi nisi tecum simul.
Amphitruo:
Quid hoc sit hominis?
Alcmene:
Vin proferri pateram?
Amphitruo:
Proferri volo.
Alcmene:
(140) Fiat. heus tu, Thessala, intus pateram proferto foras, qua hódie meus vir donavit me.
Amphitruo:
Secede huc tu, Sosia, enim vero illud praeter alia mira miror maxime, si haec habet páteram illam.
Sosia:
An etiam credis id, quae in hac cistellula tuo signo obsignata fertur?
Amphitruo:
Salvom signum est?
Sosia:
Inspice.
Amphitruo:
(145) Recte, ita est ut obsignavi.
Sosia:
Quaeso, quin tu istanc iubes pro cerrita circumferri?
Amphitruo:
Edepol qui facto est opus; nam haec quidem edepol laruarum plenast.
Alcmene:
Quid verbis opust? em tibi pateram, eccam.
Amphitruo:
Cedo mi.
Alcmene:
Age aspice huc sis nunciam tu qui quae facta infitiare; quem égo iam hic convincam palam. (150) estne haec patera, qua donatu′s illi?
Amphitruo:
Summe Iuppiter, quid ego video? haec ea est profecto patera. perii, Sosia.
Sosia:
Aut pol haec praestigiatrix multo mulier maxima est aut pateram hic inesse oportet.
Amphitruo:
Agedum, exsolve cistulam.
Sosia:
Quid ego istam exsolvam? obsignatast recte, res gesta est bene: (155) tu peperisti Ámphitruonem, ego alium peperi Sosiam; nunc si patera pateram peperit, omnes congeminavimus.
Amphitruo:
Certum est aperire atque inspicere.
Sosia:
Vide sis signi quid siet, ne posterius in me culpam conferas.
Amphitruo:
Aperi modo;nam haec quidem nos delirantis facere dictis postulat.
Alcmene:
(160) Vnde haec igitur est nisi abs te quae mihi dono data est?
Amphitruo:
Opus mi est istuc exquisito.
Sosia:
Iuppiter, pro Iuppiter.
Amphitruo:
Quid tibi est?
Sosia:
Hic patera nulla in cistulast.
Amphitruo:
Quid ego audio?
Sosia:
Id quod verúmst.
Amphitruo:
At cum cruciatu iam, nisi apparet, tuo.
Alcmene:
. Haec quidem apparet.
Amphitruo:
Quis igitur tibi dedit?
Alcmene:
Qui me rogat.