La Fontaine: La vie d′Ésope (Oud Frans, Deel 5, Slot). Spring hier naar de originele tekst..

         

Inleiding.

Als je ouder wordt, zie je de wegen die je had kunnen inslaan voor je ‎uitgetekend, soms zelfs letterlijk in de palm van je hand. Je ziet de ‎afslagen die je heel even bent opgegaan. Zo vlug als de benen je ‎konden dragen, ben je omgekeerd. Eigenlijk weet je niet precies ‎waarom, zó vlug heb je je omgedraaid. Het ontstane meditatieve ‎moment maakt dat de redenen voor je besluit voor goed in de ‎vergetelheid zijn verdwenen. Alleen een ding staat vast: je hebt de ‎juiste beslissing genomen en je voelt je erdoor gesterkt en ‎zelfverzekerder.

Maar er zijn ook afslagen waarop je graag het bordje gezien had: ‎‎“Keer niet om” Maar je deed het toch, meestal uit behoudzucht. ‎Vaak zou je om de weg te kunnen afleggen ertoe geroepen worden, ‎die weg zelf aan te leggen! Wat een eer! Maar je doet het niet. In de ‎ontstane vrije tijd, ontstaat de fabel. Ik heb ooit eens zo’n ‎fabel/parabel gebaseerd op een ervaring in mijn kindertijd gemaakt ‎met het idee dat de fabel grip op de toekomst zou bieden. In de fabel ‎zouden verleden en toekomst samenvallen. Het Heden is er tussen ‎uit, de weg is opgebroken!‎

Dit is de parabel van de jongen en de‎
notaris–appel. Deze jongen, een kind nog, ‎
ziet in de top van een appelboom een prachtige ronde appel ‎
hangen, goudkleurig met een schijntje rood. ‎
Zonder zich te bedenken klimt hij in de boom. ‎
Dat gaat hem gemakkelijk af, omdat de boom enigszins‎
scheef staat en hij het eerste stukje als het ware de boom‎
in kan lopen. In de top aangekomen plukt hij de appel en dan ‎
springt hij met een zwaai op de grond. ‎
Daar komt zijn vader aangehold in looppas ‎
en schreeuwt dat de jongen dat niet mag doen. ‎
Maar het kwaad is al geschied: de appel is geplukt. ‎
De vader schreeuwt: ‎
‎“Zie je dan niet dat de boom nog te jong is om erin te klimmen? ‎
Nu staat hij helemaal scheef, en zijn wortels steken boven ‎
de grond uit! Nu gaat hij dood!“ ‎
En de vader dreigt zijn harde hand op zijn zoon te laten neerkomen,‎
‎maar doet dat niet. De zoon zegt: ‎
‎“Maar de boom stond al scheef“. ‎
En de zoon draait zich om van zijn vader af en ‎
wijst naar een andere boom, ‎
met een rechte stam, recht omhoog,‎
waarin hij de eerst komende jaren nog niet zal kunnen klimmen. ‎
‎“En daar staat nog zo'n appelboom……“ ‎‎
Waarop de vader antwoordt: “Dat is een ‎
Goudrenet! En geen Notaris.“‎‎

Alles draait om kennis en inzicht, wat van vader/moeder op ‎zoon/dochter zou moeten worden doorgegeven. De zoon kan in het ‎voetspoor van zijn vader treden en er verandert weinig. Hij kan een ‎eigen weg inslaan. Dat kan een rechte al bestaande weg zijn, het kan ‎ook zijn eigen scheve boom zijn, met als beloning een appel. ‎Verdreven uit het paradijs!

In de werkelijkheid aanbeland met de schoenen in de modder: ‎Waarom is de dood van die ene boom anders dan die van de andere? ‎Wanneer wacht je een beloning in de hemel (het testament van de ‎notaris; einde godsdienst) en wanneer wacht je een beloning hier op aarde (de schatkist ‎van de goudrenet;einde kapitalisme)? Wanneer word je pas beroemd, na je dood? Of ‎niet, zoals meestal. En wanneer word je overstelpt door een beker vol ‎met champagne, ter plekke in het nu? En ook dat meestal niet. Je ‎kunt de nadruk leggen op “meestal niet” en wat is dan het verschil? Je ‎kunt de nadruk leggen op de verschillen en je hebt twee ‎levenshoudingen.‎

De verschillen tussen de notaris–appel en de goudrenet zijn te ‎benoemen: Voor wie? En door wie? Dat verschil bestaat alleen niet in het ‎Heden! Je eet óf de goudrenet óf de notaris–appel; beide appels ‎tegelijk eten kan ook, maar er zullen er niet veel zijn die dat doen. ‎Hap!‎ Geen verschil tussen de ene hap en de andere.

Het verschil proeven kun je nooit in het nu! Het echte verschil is er ‎pas in het melancholische Verleden, en ook nog in de hunkerende ‎Toekomst. Het verschil is een verlangen. Het is op de breuklijn van ‎Verleden en Toekomst dat de fabel ontstaat. De fabel probeert te ‎benoemen wat in het Heden geen naam heeft.

In het slot van dit feuilleton over Aesopus, staat de aanleg van ‎nieuwe wegen centraal, hoe dat vorm moet krijgen: wordt het een ‎luchtkasteel, of heeft het teveel voeten in de aarde. Dit is ook onze ‎uitdaging voor de toekomst. En ook al begin je er nu mee, het is niet ‎het heden, het betreft de Toekomst. Daarom is de Aesopus van La Fontaine uit de 17-de ‎eeuw nu nog actueel! Als ik Aesopus was, zou ik besluiten met deze moraal:

Vroeger werden de goden vereerd, nu de mensen, in de glitterende ‎pakjes van Madonna, Robbie Williams, Beyoncé of Tina Turner! Wat ‎is het verschil?! Het is het verschil van de notaris–appel en de goudrenet.‎
‎ ‎

         

(1)

Er is niemand van naam Lycérus‎ bekend. De naam komt in de meest oorspronkelijk tekst, waar La Fontaine op teruggaat, ook niet voor. Waarschijnlij is het een schrijffout. In de oorspronkelijke tekst van Planudes⁄Anoniem, gaat het om Lycurgus, de wetgever van ‎Sparta!‎

         

(2) Het lijkt erop dat La Fontaine wil zeggen dat dit niet meer het geval was in zijn tijd. Maar deze goede gewoonte bestaat tot de dag van vandaag. De vraag is of La Fontaine de in de verhalen verstopte codes niet wilde laten ontdekken, omdat de tekst werd gecensureerd. Kortom hier zou weleens sprake kunnen zijn van misleiding van de kant van La Fontaine.

         

(3) Ineens worden we met de elitaire La Fontaine geconfronteerd. Want naar mijn idee zijn belastingen er om gemeenschappelijke diensten (zorg, onderwijs, openbaar vervoer etc.) zo te organiseren dat iedereen er altijd recht op heeft. La Fontaine legt de nadruk anders, nl. zó dat de belastingen een gesel voor de mensheid (de schatrijke elite) zijn. Belastingen zijn volgens deze versie een straf en je moet ze zoveel mogelijk proberen ontduiken!

         

         

(4) ‎Waarom de zoon Ennus wordt genoemd, is gissen. Nergens komt deze naam voor. Misschien is het een toespeling op “annus/anus” — ‎ezel, die wel een verzetje lustte? Zie, mijn verhaal over De Ezel. In de oorspronkelijke tekst, paragraaf 109, heet hij Helios. Zoals in het hierboven gelinke artikel over De Ezel staat te lezen, was het bij de oude Egyptenaren de ezel, die de Zonnewagen trok om de aarde overdag te verlichten, net zoals Helios dat deed voor de Grieken, maar dan met paard en wagen. Bovendien gaat het in de oorspronkelijke tekst om de ‎vrouw, de concubine, van de Koning (paragraaf 103) en niet om de vrouw van Aesopus.‎

         

(5) ‎De naam wordt in de oorspronkelijke tekst pas genoemd in paragraaf 106. Daarvoor wordt hij een Kapitein van de Wacht genoemd. De naam valt uiteen in Hermes en Hippos (Hermes, de grappige gezant van de goden; en Hippos, paard). De naam komt alleen voor in tekst van ‎Planudes/Anoniem in deze rol. Hij wordt wel genoemd bij Herodotus en ander geschiedschrijvers, maar dan in een andere rol.

(6) De tekst kan hier teruggaan op verschillende Klassiek humoristische grappen, o.a. een Grap over Jeha die al eerder op dit blog verscheen.

         

(7) De opdracht iets in de lucht door vogels te laten bouwen komt naar mijn idee het sterkst tot zijn recht als een Klassiek Thema bij Aristofanes in het toneelstuk De Vogels. Of La Fontaine dat toneelstuk kende weet ik niet. Of Planudes hieraan refereert, weet ik evenmin.

         

(8) ‎Hier staat een soort Tien Geboden. Deze regels waren bij de ingang van ‎een tempel op een zuil gegraveerd te vinden. Het waren richtlijnen, ze ‎werden niet opgelegd, zoals bij ons de wetten!‎ Je zou ze ook als een soort nalatenschap kunnen zien: zowel Solon als Lycurgus, lieten wetten na respectievelijk voor Athene en Sparta, en verdwenen daarna uit de stad. Op het eind van dit levensverhaal, laat Aesopus aan Samos als het ware Wetten na om daarna te overlijden. Tenminste zo zou je dit kunnen lezen.

         

(9) Hier is de originele versie een stuk interessanter dan het La Fontaine verhaal. Volgens de originele versie weigert de aangenomen zoon, Helios, voedsel! En sterft hieraan: versterving. Dit kwam dus volgens La Fontaine al voor bij de Romeinen. In het artikel op het Internet “Euthanasie in de Oudheid”, door Anton van Hooff, staat te lezen: “Zich versterven, inedia, was een bekende en gerespecteerde methode om een levenseinde het karakter van een goede dood te geven. Net als andere goede keizers was Marcus (Aurelius) omringd door vrienden en verwanten, met wie hij wijze gesprekken voerde. De laatste maatregelen van deze keizers getuigden van niet aflatende zorg voor hun naasten en voor de staat. Hun rake laatste woorden bevestigden hun aard. De tweede–eeuwse keizer Antoninus Pius zei (op het laatst): ‘gelijkmoedigheid’, en in die geest stierf hij ook. De goede keizer bleef bij zijn positieven. Pijnloos sliep hij in.”

         

(10) Volgens Daniel Arnaud in Les Metamorphoses de Sagesse au Proche–Orient asiatique zou er vlak voor Thales van Milete een verlicht vorst in Babylon hebben geleefd die ook enige tijd misschien in Egypte doorbracht. Dat was niet Necténabo die bij Ploutarchos onder de Beroemde Grieken voorkomt (p. 207–210), maar Nabonides. In beide namen komt “nabo” voor en misschien heeft La Fontaine deze mythische, obscure vorst Nabonides verward met Necténabo? Het is maar een ideetje! Nabonides kwam uit ‎Babylon en verbleef lange tijd in Egypte om daarna terug te keren naar Babylon. Het ‎verblijf in Egypte is een raadsel (Arnaud, 237-275), maar Arnaud denkt dat hij de grondlegger is van een nieuwe staatsinrichting, geïnspireerd op Egypte. ‎Daar deed hij ook zijn grote belangstelling voor de wiskunde op. Thales zou misschien weer iets aan hem te danken hebben?

         

(11) Om de een of andere reden deed het mandje mij aan Mozes denken. Nu eens niet drijvend op de Nijl, maar in de lucht.

         

(12) ‎: De scène doet denken aan de: Cantebury Tales, “Het verhaal van de non”, en het verhaal uit De Honden, waarin Socrates op bezoek gaat bij ‎Alcibiades, opgeschreven door Teles (laatste verhaal).

         

(13) Vergelijk het Hemelse Jeruzalem in de Openbaringen van de Apostel Johannes, Humorale Theorie! Huizinga noemt dit “het architectorale idealisme” (Hersttij, 231).‎ Ik heb al eerder de Hersfttij aangehaald in een blog om de hoofdpersonen van deze grappen onder een noemer te brengen: de “heilige asperger”.

         

(14) In het vorige blog zagen we in het commentaar dat ik een overeenkomst constateerde tussen de naam Ae–sopus en de naam van een van de komische figuren uit een wajangvoorstelling: Cepot (aldus op Wikipedia beschreven). De “ae” zou een uitroep kunnen zijn, zoals die vaker voorkomt in Griekse tragedies en komedies: “aiaiai”. Zijn eigenlijke naam zou dan “Sopus” zijn en dat heeft toch wel wat weg van de uitspraak van Cepot “tSjepot”. Een andere verschijningsvorm van dezelfde naam zou dan Ha–civat, een bekende figuur uit het Turkse (klein Aziatische deel van Griekenland) schimmentheater kunnen zijn: Ha – tSjivat. Weer een uitroep met de eigenlijke naam erachter. We krijgen dan achter elkaar Cepot (oudste naam), Civat (overgangsvorm) en Sopus van Aesopus. Merkwaardig genoeg voegt zich hier een alom bekende sprookjesfiguur aan toe via As –Sepoes – ter. De “as” zou dan een verdubbeling van de medeklinker zijn zoals dat altijd bij het uitspreken van een Arabisch woord dat begint met een S het geval is. De eigenlijke naam zou Sepoes kunnen zijn met een achtervoegsel “ter”, wat iets met “vliegen” te maken zou kunnen hebben. De eerste letters hebben dan niets met as van doen zoals wij gewoon zijn te denken.

Ik had nog nooit van Rhodopis gehoord, maar zij blijkt de hoofdfiguur te zijn in het oude Egyptisch verhaal, waarin zij voorkomt in de rol van Assepoester. Misschien betekent de naam Rhodopis: “Vertrouw op de Roos” of “Het vertrouwen in Rhodos” (eiland van de rozen). In het Midden Oosten staat de Roos vaak voor de maagd Maria, en er zijn allerlei afbeeldingen waarin de roos zich ontvouwt als een beeltenis van de H. Maria, met name in Egypte (bewering valt te controleren op het Internet!). Dus via Aesopus, die Rhodopis kende als slavin, laat zich Assepoester invoegen. Maar wat heeft Assepoester met de andere figuren, Nasreddin, Jeha, Cepot, Aesopus, te maken? Het is helemaal geen grappig verhaal, zelfs niet in de versie van Disney. U moet zelf maar de Engelse en Franse sites over haar raadplegen om te zien dat er opmerkelijke verschillen over Assepoester bestaan op de verschillende websites. Dat wel, maar wat houdt dat in? Het is een grappig idee als dit allemaal met elkaar te maken zou hebben. Maar ik heb mijn twijfels: beschouw het als een leuke gedachtenoefening. Wat gaat hier nu goed, en wat klopt er nu niet, dat is niet gemakkelijk te zeggen!

         

(15) Ik dacht dat er in de volgende twee fabels weer iets misging, want een kikker die rat wil eten is vreemd, en ook een haas die zich verstopt in een slakkenhuis. Maar in de fabels van La Fontaine komt dit echt voor, en dat heeft een surrealistisch effect. Ik had nog nooit eerder van de overeenkomst tussen de geniale Spaanse schilder Dalí en La Fontaine gehoord, maar die zijn er wel degelijk! Vandaar de in de tekst opgenomen afbeeldingen van Dalí.

De originele tekst: