De ezel

         

De ezel.‎

Waarom een apart stuk over de ezel? Toen ik over het voorkomen van ‎het opgeheven vingertje in de humor van de fatsoensrakkers schreef, ‎en de rol van de ezel in de Klassieke Humor probeerde te ‎vatten, liep dat uit op oeverloos gezwam. Wat was hier aan de hand? ‎Duidelijk was dat ik de rol van de ezel niet goed kon vatten. En dat ‎begon eigenlijk meteen al bij de introductie van de ezel in de grap. Die ‎lijkt namelijk zo eenvoudig. Een ezel is toch gewoon (!) een dom beest ‎dat in zijn dommigheid de mensen aan het lachen kan brengen. Maar ‎dit idee bleek al spoedig onhoudbaar. De ezel kwam gewoon ‎voor in de grap, en was niet alleen dom. Hij was, wat hij was: een ezel. ‎En dat was nu precies dat wat hem ongrijpbaar maakte. Hij kwam erin ‎voor als een beeld, hij bewoog zich door de grappen heen als een ‎animatie. Maar waarom kwam hij er vaker in voor dan welk ander ‎beest dan ook? Omdat hij dom was? Wat was zijn betekenis? ‎Betekenis! Een ezel is een ezel en punt uit. Waarom er nog meer over ‎te vertellen? Je legt toch ook niet uit dat een auto een auto is, of een ‎fiets een fiets, een man een man, een vrouw een vrouw etc. Dat is taal, ‎en je begrijpt hem of niet, maar je hoeft hem als het goed is niet in alle ‎toonaarden en voetnoten uit te leggen. Een ezel is een ezel. Als daar al ‎meer over te vertellen valt, dan zou dat uit de betekenis en de ontwikkeling van het woord door de eeuwen heen ‎moeten blijken. Ik kon het niet laten, en haalde de etymologie erbij.‎

         

De etymologie van de ezel.‎

Dat onderzoekje naar de betekenis in het verleden begon bij de ‎etymologie van het ons bekende woord “ezel”. Het bracht me een ‎klein stukje verder, maar voegde pas later echt iets toe aan het beter ‎begrijpen van de humoristische verhaaltjes waarin de ezel ‎zo′n prominente rol speelt. Dat zijn de Jeha– ‎ , Nasreddin–, Pushkin– en Tijl ‎Uilenspiegelverhaaltjes. Jeha–, Nasreddin– en Pushkinverhaaltjes komen vooral ‎voor rond de Middellandse Zee, en ik zocht naar een woord voor ezel ‎in die omgeving waaruit ik meer zou kunnen opmaken over de rol van ‎de ezel. Daartoe ging ik te rade bij de etymologie van het Arabische en Hebreeuwse ‎woord voor ezel: “hamar”. Gek genoeg bracht me dat niet meteen veel verder. ‎Dat is gek, omdat nu ik er een woord uit het Hebreeuws bij haalde — ‎een taal die erom bekend staat dat het de oorsprong van veel klassieke ‎humor is — toch niet veel verder kwam in het begrijpen ervan. Verder ‎zoeken leverde het woord “burro” voor ezel op in het Middellands ‎Zeegebied. En dat laatste woord bleek een echte voltreffer.

         

ezel‎

Om bij het begin te beginnen. Ons woord “ezel” komt van het Latijnse “asinus”. Hoe informatief was deze etymologie om de grappen beter te ‎begrijpen? Merkwaardig genoeg lijkt het woord op twee Arabische ‎woorden, namelijk “essèna“ (jaar: ‎ألسنة‎) en “essoena” (regelgeving: ‎ألسنة‎). En dat vertelt ons iets over de rol van de ezel in de geschiedenis. ‎De ezel was namelijk het beest waarop het hele jaar door een beroep ‎werd gedaan in de landbouw. Er waren dan ook kalenders (de ‎landbouw–almanak) in omloop ‎met daarin de seizoenen, waarin er meer of minder dan gebruikelijk ‎een beroep op de ezel werd gedaan. Maar hoe de tweede associatie ‎‎“essoena” te verklaren? Landbouw had al vroeg met de wettelijke ‎bepalingen op het gebruik van de grond te maken, en misschien zou ‎het daarmee kunnen samenhangen. Een andere mogelijkheid was het ‎organiseren van de verhuur van de ezel. Maar ik had nog geen ‎aanwijzing vanuit een andere invalshoek waaruit blijkt dat dit weleens ‎waar zou kunnen zijn.‎

         

onos

Behalve naar de Latijnse oorsprong kijk je eigenlijk vanzelf ook in de ‎Griekse richting, omdat de Romeinen nogal veel van de Grieken ‎hebben overgenomen. De Grieken in de Oudheid noemden hun ‎beestje “onos” (ονος). En inderdaad associaties op het woord “onos”, ‎zoals het Latijnse “anus” (ring, aars, maar ook oud wijf), en annus ‎‎(jaar: daar heb je hem weer) spelen in de Klassieke Grappen een grote ‎rol. Een andere verhaspeling van “onos” “oinos” (wijn: οινος) speelt ‎een rol op gelegenheden waarbij veel grappen worden getapt: de ‎Bacchus- of ook wel de Dionysusfeesten geheten. Sommige Nasreddin– ‎en Jeha–grappen staan vol seksuele suggesties over spelletjes met ‎mensen en dieren. Toespelingen daarop waren op deze feesten ‎toegestaan. Hoewel wij soms denken dat ze grensoverschrijdend zijn, is ‎er in deze grappen geen spoor te bekennen dat deze grappen wettelijk ‎strafbaar zouden kunnen zijn. En dat terwijl in Jeha–grappen etc. juist ‎ook de wet en de rechters een grote rol spelen in samenhang met de ‎rol van de ezel. Ik had het gevoel dat er nog een ander ‎woord voor “ezel” moest zijn dat meer verklaarde over deze grappen.‎

         

hamar

Zo kwam ik bij het woord in het Arabisch en Hebreeuws voor “ezel”: ‎hamar (‎حمار‎ en ‎חמור‎). Nu werd ik op een heel ander spoor gezet: de ‎geneeskunde. In de Humorale Theorie hangt, “hamar” nauw samen met het woord voor “rood” (element: IX-II-E) ‎in het Arabisch: “hemra” (‎حمرة‎ ). Of er een echt etymologisch verband ‎tussen de beide woorden is, kan ik niet nagaan bij gebrek aan een ‎etymologisch woordenboek van het Arabisch, maar ik denk van wel. In ‎de Humorale Theorie heeft rood alles te maken met opwekking, het ‎verminderen van de stress (df’a ddm: ‎دفع ألدم‎: vermindering van de ‎bloeddruk ). Het woord “hamar” (ezel) zou ook nog weleens direct ‎kunnen samenhangen met “humor”, omdat in het Arabisch klinkers ‎kunnen worden weggelaten of ingevoegd als je een woord opschrijft. “Hamar” kent dezelfde medeklinkers als “humor” en kan dus op ‎dezelfde manier in het Arabisch worden geschreven! De “ezel” had in ‎de Humorale Theorie rechtstreeks te maken met humor en de ‎genezing die van ontspanning, amusement, verwacht werd. Dit ‎verband bestaat langs een andere weg ook in het Hebreeuws! Daar is ‎het woord voor “rood”: adam (‎אדום‎), wat samenhangt met het woord ‎voor “bloed” in semitische talen. Langs een andere weg bestaat er dus ‎dezelfde relatie met de Humorale Theorie, waarvan “bloed” een van de ‎elementen uitmaakt (categorie I-E): ontspanning, amusement. Maar Adam associeer ik ‎ook met het Paradijs. In de mystieke Soefi beweging in Turkije, die veel ‎Nasreddin grappen kent, bestaan er inderdaad grappen die aan het ‎Paradijs refereren. Konya ‎is het centrum van deze beweging. Het is een streek, waarin vroeger de ‎profetenfamilie Mopsus het bewind voerde, de streek waar toen ook veel ‎Grieken zich hebben opgehouden, en later de ‎Romeinen (de streek heet nog steeds Rûm). De apostelen van Joodse origine die uiteindelijk de basis ‎legden voor het Christendom, woonden er samen met andere Joden, ‎en ten slotte is het ook nog de streek van Sinterklaas. Wat vertelde me dit over deze Klassieke ‎Grappen? Ik had het gevoel dat waar ik in eerste instantie de ‎oorsprong van veel van deze grappen in de joodse omgeving had ‎gezocht, dit een aanwijzing was dat ik nog dieper moest graven. En zo ‎kwam ik bij de Hettieten en ‎Sumeriërs uit de tijd van ‎Babylonië terecht. De ‎ezel in deze grappen leek mij te leiden naar het gebied van de grote spraakverwarring, ‎het verhaspelen van woorden.‎

         

burro

Dit Hettitische woord voor een ezel heeft ook te maken met het ‎woord voor rood. De vacht van de ezel, die we tegenwoordig bruin ‎noemen, duidden zij met hetzelfde woord aan dat ze kenden voor ‎vuur: bur, of pyr, waar ze het woord voor ezel van afleidden: burro of ‎burra. De Phoeniciërs (Kanaän) gebruikten hetzelfde ‎woord voor ezel. Misschien had het ook te maken met de inzet van de ‎ezel door de Sumeriërs in de oorlog (zie plaatje op Wikipedia), omdat oorlog een steeds ‎terugkerend motief is in de Klassieke Humor ‎in ‎samenhang met de rol van de ezel. De Phoeniciërs droegen rode soldatenpakjes, net als de soldaten van Alexander de Grote. Het woord “burro” of “burra” is ‎nog steeds volop gangbaar in het Middellands Zeegebied. De ezel ‎wordt ermee aangespoord in Marokko: brrra, brrra! Met veel rollende ‎erren. Als het een onomatopee is dan wijst dat op een oude oorsprong ‎van het woord. In Spanje heet hij nog steeds burro of burra, net als in ‎delen van Frankrijk. Het bijzondere van dit woord is dat dit het woord ‎is waarmee wij onze schrijftafel nog steeds aanduiden: het bureau. Nu ‎werd mij duidelijk dat de (schilders–) ezel bijna direct iets te maken ‎had met de administratie in de landbouw, en ook werd de associatie in ‎het Latijn en Arabisch duidelijk: “essoena” en “asinus” verwezen niet ‎alleen naar een kalender, maar ook naar de administratie van het ‎gebruik van de ezel. Deze administratie vond plaats op een “ezel”, een ‎bureau. Waarschijnlijk werd de huid van de ezel zelfs ‎gebruikt om er perkament van te maken. Dit was later de reden om ‎het bureaublad ernaar te vernoemen. Een ander woord in het ‎Sumerisch voor “ezel” is “anshu” (De ezel, 2014, pag 8: zie literatuur) en zou met het ‎woord in het Latijn “asinus” kunnen samenhangen. Dit alles verklaarde ‎mij waarom de ezel zo′n prominente rol speelt in de grappen waarin ‎het recht onder vuur ligt. Waarschijnlijk deed de huid van de ezel zelfs ‎als perkament dienst om bij te houden, wie welke ezel huurde of ‎misschien hoeveel ezels iemand bezat, waarover hij belasting aan de ‎koning moest afdragen. De frekwente rol van het recht was me nu duidelijk.

         

De oorsprong van de grappen verwees dus naar Babylonië‎ en de grote ‎spraakverwarring! Vandaaruit verspreidden de grappen, die ‎waarschijnlijk ook dienst deden als schrijfoefeningen, zich over Klein ‎Azië, Griekenland, Italië (de Romeinen) en Marokko. Via Marokko en ‎Spanje, maar ook via Turkije en Karel de Grote ‎‎kwamen ze in de ‎gestalte van Tijl Uilenspiegel Europa en Nederland binnen. ‎Indrukwekkend, vind ik persoonlijk. Maar hoe verhoudt zich deze ‎etymologie tot de geschiedenis van de ezel?‎

         

De geschiedenis van de ezel.‎

Valt er uit de geschiedenis van de ezel op te maken dat de gevonden ‎etymologische bevindingen hout snijden? Ik begin deze tocht door zijn ‎geschiedenis, helemaal in het begin, bij de wilde ezel (onager). Daarna ‎kom ik aan bij hoe de Grieken de ezel zagen zoals uit hun grappen valt ‎op te maken. De verhaaltjes van Aesopus helpen me op weg om de rol ‎van de ezel beter te begrijpen. Phaedrus vertaalde niet voor niets deze ‎verhaaltjes voor de Romeinen. Die zagen daar blijkbaar brood in. De ‎Romeinen gaven er een geheel eigen betekenisvolle draai aan: de ezel ‎kwam ergens symbool voor te staan. En dit symbool werd door het ‎christendom in Europa verspreid. Daar onderging dit symbool opnieuw ‎een ingrijpende verandering. Vonden de Grieken de ezel al dom, de ‎Romeinen respecteerden de ezel, ook al beschouwden ze hem een ‎domme kracht. Maar in de Renaissance was het de vernieuwing in de ‎kerk die van de ezel niet alleen weer een dom beest maakte, maar ook ‎een wel erg wellustig hebberig wezen. Alles bij elkaar levert op dat de ‎geschiedenis van de ezel ervoor zorgt dat de ezel waarschijnlijk een ‎van de minst begrepen dieren is in teksten. Hij was drager van totaal ‎tegengestelde betekenissen. In tegenstelling tot de etymologie van het ‎woord, maakt de geschiedenis de rol van de ezel in verhalen ambigue ‎en zelfs ambivalent.

         

De wildezel (onager).

In den beginne was er de onager, de wilde, niet getemde ezel. Volgens de Bijbel ‎was het de Babylonische Nebukadnezar die voor straf van God ‎verdwaasd met de wilde ezels moest eten om zich in leven te houden. In het geweldige verhaal ‎van de held Gilgamesh was het zijn vriend Enkidu, die Gilgamesh vol ‎bewondering laat afstammen van een wildezel (Gilgamesh, in vertaling Van ‎Stiphout: pag. 111):‎

Enkidu , jouw moeder, de gazelle,
  Én de wildezel, jouw vader, hebben je opgevoed.
  De wildezels brachten jou groot met hun melk,……
Deze afstammeling van de wildezel is sterfelijk, en dat zet zijn vriend ‎ertoe aan om de onsterfelijkheid te zoeken. De wildezel of onager ‎komt precies in dat gebied voor waarin de Pushkin– en Nasreddin–‎grappen worden verteld. Vergelijkbare grappen in noord Afrika, waarin ‎de ezel ook vaak voorkomt, liggen buiten het gebied van de onager. ‎Dit zou een aanwijzing kunnen zijn dat de ezel in de noord Afrikaanse ‎traditie een andere betekenis heeft dan die in het Midden Oosten.‎

         

Was het deze ezel, de onager, die de mens aan zich onderwierp? En ‎waarom temde hij hem? Mensen die het kunnen weten, vertelden mij ‎dat de ezel lekker is. En zoals vaak het geval is, zouden de eerste wilde ‎ezels weleens bij elkaar achter een omheining kunnen zijn opgesloten, ‎als voedselvoorraad in moeilijke tijden. Daarbij bleek dat het eigenlijk ‎om een lief beest ging dat leergierig is. Over de leergierigheid van de ‎ezel bestaan verschillende grappen, die een serieuze ondertoon zouden ‎kunnen hebben. In het slot van het onder de link ‎aangehaalde verhaal van de Intelligente Ezel wordt er zelfs gezegd dat ‎hij bij de literatuur te rade ging om het gedrag van de wolf te ‎begrijpen, en hij vond daarin niets dat hem het gedrag van de wolf ‎deed begrijpen. Het bekendste verhaal is natuurlijk over de ezel die ‎kan rekenen en lezen. Maar ook onderstaande ‎bewering is het overpeinzen waard:
……Weet heren dat mijn ezel alles kan lezen dat niet in een verborgen boek staat. ‎Zelfs dat, wat jullie erbij denken!‎
Het verborgen boek deed mij erg denken aan ‎een verhaal van Maarten Biesheuvel: De opstapper, waar ik al eerder ‎aan had gerefereerd (naar het einde van het commentaar scrollen!). Was de ezel uitverkoren om te “zien”? De ‎intelligentie van de ezel wordt ook nogal eens afgezet tegen de ‎domheid van de hoofdpersoon, omdat hij bijvoorbeeld al tellend vergeet dat hij ‎zelf op een ezel zit: ik had er toch tien gekocht, maar ik tel er maar ‎negen: hoe kan dat nou?‎

         

De wildezel leefde in de bergen, zolang de mens hem nog niet had ‎onderworpen. Aan het gemak waarmee hij zich door de bergen ‎beweegt, heeft de ezel de reputatie te danken dat hij zich niet twee ‎keer aan dezelfde steen stoot. Ook zal de ezel niet in een afgrond ‎vallen, zoals paarden af en toe wel doen. De oude Chinezen stelden ‎zoveel vertrouwen in de ezel, dat zij hun doden eraan toevertrouwden. ‎Met een klap op de bil werden ze beladen met de overledene naar de ‎toppen van de bergen gestuurd om de overledene zo dicht mogelijk bij ‎het goddelijke hiernamaals te brengen.‎

         

Ruim 5–6000 jaar geleden werd voor het eerst in noordoost Afrika de ‎ezel getemd. Het is deze Nubische ezel die zich voor het eerst liet ‎temmen, en niet de onager, voor zover wij weten. Maar dat is niet ‎zeker. Misschien gebeurde het tegelijkertijd.

         

De Griekse ezel.

In Griekenland begon de ezel een scheldwoord te zijn voor iemand, die ‎niet deugde voor het werk en vooral dom was. Was die Griekse ezel ‎dan echt dommer? De Grieken trokken erop uit om gebieden, zoals ‎Klein Azië te veroveren. Hier werd ondertussen de ezel voor twee ‎taken in ieder geval ingezet: de handel en de oorlog. Beide bezigheden ‎werden gedomineerd door de Phoeniciërs, die de manier van ‎oorlogsvoering met ezels van de Hettieten hadden overgenomen. De ‎ezels moesten het wapentuig aanslepen, waarmee de oorlog ‎gewonnen kon worden: zwaarden, lansen en schilden. Bovendien ‎moesten ze proviand meenemen voor de soldaten onderweg. In de ‎handel waren de ezels al eeuwen de lastdieren die de handelswaar ‎langs de zijderoute van Mesopotamië (Babylon, Sumerië) naar Anatolië ‎‎(Turkije) vervoerden. ‎De Grieken waren op beide terreinen concurrenten van de Phoeniciërs. ‎En wat doe je met een concurrent: je scheldt hem uit voor ezel, omdat ‎de ezel typerend was voor de Phoeniciërs bij alles wat ze van belang ‎deden.

         

Maar, de Grieken lieten Dionysus, de god van de ‎wijn en het feestvieren, ook op een ezel rijden. Dat hij op een ezel rijdt ‎geeft aan hoe belangrijk Dionysus was. Hij berijdt het dier waarvan de ‎levens van honderden afhankelijk was. Ter ere van hem werden de ‎Saterspelen met oversekste ‎mannetjes (en vrouwtjes?) gehouden. En in de grappen met een ezel ‎‎(nooit in de hoofdrol in die tijd) is dat terug te vinden: ‎‎(Klik op terug voor de originele versie in het Frans: nummer ‎‎19)

         

Een onverwachte rechtvaardiging.‎
‎Op een dag toen zijn ezel lui langs de weg lag te slapen, wierp ‎de Hodja zich op de ezel met zijn knuppel. Het beest wilde niet ‎opstaan en de Hodja ging, volop in de zon, naast hem liggen met ‎zijn knuppel open en bloot voor ieder die hem maar wilde ‎zien. Een man passeerde:
‎ ‎—“Wat doe je daar”, schreeuwde hij, “Dat is schandalig!”
‎—“Waarom”, zei de Hodja, “zou ik hem niet te drogen leggen? ‎Dat doe ik ook, nadat ik mij ervan heb bediend bij mijn vrouw.”

         

Dit is geen unicum (zie ook commentaar bij (13). Het is een willekeurig voorbeeld uit het Turkije van de ‎‎19-de eeuw, dat teruggaat naar de vierde eeuw voor Christus. Veel van dit soort grappen zijn te vinden in het recente nummer ‎van Lampas (zie hierboven). Volgens Inger Kuin (pag. 139–151) zou er een samenhang zijn met de filosofie van de Cynici met als grondlegger de Griekse filosoof Diogenes, die in een tonnetje op de markt leefde. Van de weersomstuit ‎ging men, volgens Aristoteles (Poëtica) de verhaaltjes fatsoeneren. De beroemdste ‎vertegenwoordiger hiervan is Aesopus, die volgens Plutarchos op een merkwaardige ‎manier zijn einde vond: hij werd in een afgrond gegooid. Dat wat ezels ‎nooit deden, namelijk in een afgrond vallen, overkwam hem. Het lijkt ‎erop dat ze hem op zo′n manier wilden straffen, als een ezel nooit ‎aan zijn einde zou komen.

         

‎ ‎

De Romeinse ezel.

De Romeinen erkenden de economische waarde van een ezel. Een ‎muildierdrijver (mulio) kon echt carrière maken. In het prachtige boek ‎De Ezel (pag 51) staat ‎te lezen hoe Publius Ventidius Bassus, een muildierdrijver, het tot ‎consul schopte dankzij zijn beschermheer Julius Caesar. Bassus had ‎altijd met moeite rond kunnen komen……“Uiteindelijk vond hij wel iets, ‎maar dat was verachtelijk werk: hij kocht muilezels en wagens op ten ‎behoeve van de overheid…..Zodoende was hij in contact gekomen met ‎Gaius Julius Caesar, die hij naar Gallië volgde……Maar ook al bereikte ‎hij het hoogste ambt, dat van consul, toch schreef men op zijn ‎graf……Vogelwichelaars, ingewandenschouwers, komt allen kijken! Een ‎wonder is gebeurd, iets ongehoords: Wie pas nog muilezels afwreef, is ‎nu consul.” Uit dit citaat vallen twee dingen op te maken die de rol van ‎de ezel in het Romeinse rijk kenmerken. Allereerst is het grafschrift ‎humoristisch. Dit deed men om iemand een beter leven te bezorgen na ‎de dood. Humor hield je niet alleen langer in leven, het zorgde ook ‎voor een zachte dood als je eenmaal dood was. Het tweede wat hierin ‎opvalt, is dat de vogelwichelaars en de ingewandenschouwers ‎uitdrukkelijk worden aangesproken om dit grafschrift te lezen. Het lijkt ‎aan “profeten” te zeggen dat zij op hun tellen moeten passen. De ‎toneelschrijver Aristophanes had ook ‎al in zijn toneelstuk de vogels beweert, dat ezels iets voorspellends ‎hadden, hoe dom ze ook over konden komen. Hiervoor hadden zij ‎blijkbaar een talent!‎‎ In De Vogels van Aristofanes staat het zo (regel 719):(Klik voor de oorspronkelijk tekst op (2))‎ ‎

Als je praat over voortekenen, dan heb je het eigenlijk altijd ‎over “vogels”: het gerucht gaat als een vogel, niezen doe je als ‎een vogel, een ontmoeting vliegt voorbij, het woord is bij de ‎vogel, een gymleraar ziet eruit als een vogel, kortom een ezel is ‎een vogel!
En het is dit aspect van de ezel dat de ezel bij de Romeinen in noord ‎Afrika tot een belangwekkend symbool maakte.

         

In het hierboven ‎aangehaalde boek De Ezel staan een vijftal plaatjes die een andere ‎uitleg behoeven. Ik zal steeds ook de interpretatie in het boek erbij ‎halen, zodat u zelf mee kunt denken of ik een juiste interpretatie ervan ‎geef. Interpreteren is een kunst en onder de link interpretatie treft u een artikel ‎aan over hoe ik te werk ga in dit soort gevallen.

         

Het bovenstaande plaatje uit een kerk in een grot in Turks Cappadocië ‎‎brengt de intocht van Jezus in ‎Jeruzalem in beeld. Ik heb een nummer [1] gezet op het plaatje bij een ‎voorwerp dat mij in eerste instantie niet duidelijk was wat het was. ‎Het is een kleed —vandaar dat de man naakt is, want hij heeft net zijn ‎kleed uitgetrokken— dat voor de ezel wordt neergelegd waarop Jezus ‎rijdt. Er zijn meer van deze plaatjes waarop hetzelfde is te zien. De ‎uitleg in het boek De Ezel is dezelfde als die ik eraan geef. Tot nu toe ‎niets opmerkelijks, behalve de constatering dat Jezus het blijkbaar een ‎eer vond om op een ezel zijn geliefde Jeruzalem binnen te rijden.‎

         

Aan de andere kant van de Middellandse Zee in Algerije, in Cuicul (het ‎tegenwoordige Djemila)‎‎, treffen we een ezel aan zonder dat daarop Jezus rijdt. In het boek De ‎Ezel staat dat het woord “nica” dat boven de ezel prijkt, ‎vertaald zou kunnen worden met “hop, hop”. Dat was een kreet uit ‎het circus. Misschien zou het een mozaïek zijn om het nieuwe geloof ‎belachelijk te maken, doordat men er iedere dag overheen liep. “Nica” ‎is, volgens mij, in dit geval “nikè” (a wordt onder Arabische en ‎Berberse invloed è), Grieks voor “overwinning”, waarop ook de ‎palmtak wijst. Er is een ander voorwerp dat uitsluitsel biedt over de ‎betekenis van het plaatje: dat vreemde voorwerp waarover de ezel ‎loopt. De schrijvers van De ezel konden dat waarschijnlijk net zo min ‎als ik meteen thuis brengen. Tot je de vergelijking maakt met de eerste ‎muurschildering in de kerk in de grot te Cappadocië. Dat voorwerp is ‎een kleed, het kleed waarover de ezel liep bij de intocht van Jeruzalem. ‎Je kunt dus nu concluderen dat in dit huis een christen woonde, die ‎met de ezel te kennen gaf tot welk geloof hij behoorde (110nChr!). ‎Inderdaad komt bij behoorlijk wat Romeinse schrijvers de aanduiding voor van “ezel” voor een christen: Tertullianus, Tacitus ‎en Josephus. Van een ‎scheldwoord was het een geuzennaam geworden. En juist om niet al te ‎duidelijk te kennen te geven dat je christen was, liet je Jezus niet op de ‎rug van de ezel zitten, maar liet je hem weg. De ezel werd het symbool ‎voor Jezus, de profeet.‎ Voor de goede verstaander behoefde de verzameling symbolen geen uitleg, maar sprak voor zichzelf.

         

Je zou nog kunnen denken dat de ezel hier staat voor “slaaf”, omdat ‎de Grieken hun slaven zó uitscholden. En op het plaatje hiernaast ‎gebeurt dat ook. De tekst luidt: Alexamenos sebete Theon. Sebete ‎komt van σεβομαι of σεβω. In het ene geval is de vertaling: Alexamenos ‎eert (sebete = sebetai) God. In het andere geval: Alexamenos! Eert God ‎‎(imperatief: sebete)! De laatste vertaling is onwaarschijnlijk, maar ook ‎de eerste is niet loepzuiver. Er bestaat een mogelijkheid dat al-examenos geen naam is maar een woord samengesteld uit het Arabische Al (lidwoord) en het Griekse Examenos (oogster: εξαμενος afgeleid van εξαμαω). Er zijn verschillende voorbeelden waarbij Grieks en Arabisch (misschien Phoenicisch) in een woord voorkomen. Ook de naam Apuleius (betekenis: vadermoordenaar) is hiervan een voorbeeld. Dan zou hier staan “De oogster eert God!” (loepzuiver) en zoals bekend speelde de ezel bij het oogsten een grote rol! Oogsten is een Bijbels thema: oa. Nieuwe Testament Matteus 9: 38.

      Over het algemeen is men het erover eens ‎dat met deze graffiti de spot met Jezus wordt gedreven, omdat ‎Christus nogal eens als een ezel werd voorgesteld, net zoals Gerard ‎van ′t Reve dat deed. Een ‎andere mogelijkheid is dat we hier met een gekruisigde slaaf te maken ‎hebben. Bekend is dat de slaven die onder aanvoering van Spartacus in opstand ‎waren gekomen, toen zij verslagen waren, aan het kruis eindigden. Een ‎opvallende letter, waarover voor zover ik weet nog nooit iemand is ‎gevallen, is de Y in de rechter bovenhoek. Voor deze graffiti is dit ‎vreemd, omdat de rest namelijk niet zo netjes is geschreven. De Y staat ‎voor huios (υιος: Grieks, zoon, υ=y ) en betekent dat de tekenaar het ‎niet zozeer gemunt had op God, maar op de zoon van God: Jezus. En daarvoor gebruikt hij de letter Y, de letter in de vorm van een kruis. Hij ‎geeft hier blijk van een kennis en subtiliteit waarover men meestal niet ‎beschikt als je aan het schelden bent. Het lijkt erop dat de prent eerst ‎een andere strekking heeft gekend dan later het geval is door het ‎eroverheen gekraste Grieks. Het lijkt wel dat er eerst inderdaad een ‎oproep heeft gestaan om God te eren. Het ‎ging erom de minste onder de minsten te respecteren. En ‎daarvoor stond de ezel symbool.‎

         

Wij komen ten slotte bij het laatste plaatje van een ezel. Het plaatje ‎komt uit het Marokkaanse Volubilis, ongeveer 200-300 jaar na ‎Christus. Dit is het bekende plaatje met een achterstevoren zittende figuur. ‎Volgens het commentaar in De Ezel staat het plaatje in het huis van ‎een desultor, iemand die paarden– en ezelacts in een circus verzorgde. ‎Volubilis is geen echt amfitheater rijk, maar misschien werd er bij tijd ‎en wijle een tijdelijke arena ingericht voor bepaalde opvoeringen, ‎omdat Marokko nog rijk aan wilde dieren was en je zo het transport ‎uitspaarde. Bovendien konden handelaren daar hun koopwaar in actie ‎zien. Toch doet dit plaatje zo sterk aan het plaatje uit Algerije (Cuicul, ‎Djemila) denken dat je meteen aan de intocht van Jezus in Jeruzalem ‎denkt.

         

‎Is dit nu ook weer gewoon een afbeelding van Jezus die Jeruzalem ‎binnenkomt. Weer is er het kleed te zien, dat voor de ezel wordt ‎neergelegd; de palmtak ontbreekt. Verder is het beeld ook nogal ‎verschillende van de vorige afbeeldingen. Allereerst, ik heb al in vorige ‎blogs gezegd ‎dat het achterstevoren op een ezel een stad uit worden gezet meestal een straf ‎voor vrouwen was. En bij goed toekijken besef je dat op deze ezel een ‎vrouw zit. De bruine band om de borst is namelijk een soort BH zoals ‎Romeinse vrouwen gewoon waren te dragen tijdens de sport ‎‎(afbeelding Siciliaanse villa: de bikini-meisjes). De schrijvers van De Ezel hebben geconcludeerd dat ‎het hier om een mozaïek gaat waarop een circusact staat afgebeeld. ‎Maar zij is kaalgeschoren! En het kleed dat voor de ezel wordt ‎uitgespreid, slaat dan ook nergens meer op. En waarom zijn de teugels van ‎de ezel gescheurd? En wat is dat voor voorwerp in de hand van deze ‎vrouw? Het kleed wordt in dit geval niet netjes voor de ezel ‎neergelegd, maar hangt daar een beetje grappig in de lucht te ‎klungelen. Het kleed neemt de plaats in van de palmtak op het Algerijnse mozaïek, maar dan om de spot met het geloof van deze vrouw te drijven. De teugels zijn gescheurd, omdat het hier om een christen ‎vrouw gaat die de Romeinse goden niet meer vereerde. Zij was ‎tomeloos en had zich uit de Romeinse maatschappelijke verplichtingen ‎losgemaakt. De beker met een kruis erop staat inderdaad voor een ‎christelijk symbool: de dood aan het kruis van Christus. Een pater in ‎Marokko dacht zelfs dat het hier ging om de marteldood van de ‎Apostel Johannes. Maar we hebben wel degelijk ook met een circusact ‎te maken: de grote voet van de ezelberijdster wijst op een van de bekendste toneelschrijvers van die tijd: Plautus, waarvan een van de eerste toneelstukken Asinaria heet. Plautus betekent letterlijk “platvoet”, en ik denk dat daarom de vrouw zo′n grote lompe voet heeft. Maar toneelspel en werkelijkheid speelden in de Romeinse tijd haasje over. Ook terechtstellingen waren er voor vermaak. Er werd een tijdelijk podium gebouwd om het toneelstuk op te voeren alsof het om een schavot gaat. Waarschijnlijk is hier verbeeld de dood van een van de ‎eerste christelijke martelaressen in een arena, waar even later de ‎roofdieren, die er in die tijd nog volop in Marokko waren, in werden ‎losgelaten. Of het was een vertoning, waarbij een vrouw de omheining van Volubilis werd uitgejaagd, de wildernis in. Dat dit ook echt gebeurde, daarover bestaan verslagen van geschiedschrijvers, Androclus en de Leeuw. De succesvolle man die deze vertoningen organiseerde, de ‎desultor, woonde in het huis met deze afbeelding en was er stinkend ‎rijk van geworden.

         

Uit alles blijkt dat in de Romeinse tijd de ezel een christelijk symbool ‎wordt. De beker in de hand van de martelares zien we terug als een ‎tessera hospitalis uit Sardis in Klein ‎Azië, waarvandaan veel apostelen een tocht maakten door de ‎toenmalig bekende wereld. Ik heb een (1) gezet bij Sardis, (2) ‎Alexandrië, (3) Jeruzalem, (4) Damascus, (5) Cappadocië en (6) bij ‎Rome. De rondjes op de beker zijn steden. Deze beker is uit de zesde of zevende eeuw na Christus en erop ‎aangebracht is een soort landkaart met de plaatsen waar de ‎Christenen vaste voet aan de grond hadden gekregen. Ik heb een ‎vraagteken gezet in de linker benedenhoek, omdat het erop lijkt dat er ‎een apostel is geweest die een Christengemeenschap in noord Afrika ‎heeft gesticht. Was dat Johannes, zoals sommigen denken dat het ‎geval is? Ik weet het niet.

         

De plaats die ik met Alexandrië (2) heb aangeduid, zou ook Madauros kunnen zijn, de plaats waar ‎Augustinus studeerde, de grote kerkvader van de Katholieke kerk. ‎Tijdens zijn studie kreeg Augustinus een van de boeken in handen van ‎Apuleios‎‎, de Romeins-Berberse schrijver van De Gouden Ezel. Omdat ‎De Gouden Ezel in bezit was van Augustinus en alles dat in zijn ‎bibliotheek stond voorrang kreeg bij het kopiëren van teksten, is De ‎Gouden Ezel bewaard gebleven. Dat kopiëren gebeurde in Monte ‎Casino, een ‎benedictijner klooster, dat nadat het in 577 nChr was verwoest en daarna herbouwd, een ‎geweldige opleving meemaakte, die zich uitte in het kopiëren van ‎beroemde klassieke werken. Monte Cassino is vooral bekend uit de ‎Tweede Wereldoorlog, omdat er duizenden mensen (heel veel ‎Marokkanen) zijn omgekomen bij de verovering van het klooster. ‎Twee dagen later op 6 juni 1944 begon de slag in Normandië, en het ‎lijkt erop dat de slag om Monte Cassino in scène is gezet als ‎afleidingsmanoeuvre. In dat klooster dat ook weer in de Tweede ‎Wereldoorlog compleet werd verwoest, werden veel klassieke werken ‎van kerkvaders als Augustinus, maar ook De Gouden Ezel van Apuleius ‎gekopieerd. Er is iets merkwaardigs met de naam Monte Cassino, die ‎doet vermoeden dat het toch nog iets anders zit, dan dat het boek op ‎de voorkeurslijst stond van Augustinus.

         

De plaats lag in die tijd in het gebied dat het Hollywood was van het ‎Romeinse rijk. De belangrijkste plaats voor amusement was Atella, maar Monte Cassino dat toen ‎nog Municipium Montis Cassini heette, was geen onbelangrijke ‎tweede in het voorschotelen van vermaak. Cicero ‎‎en Plautus kwamen regelmatig in deze Phoenicische streek, waar ‎de toneelspelers dienstplicht vrij waren. Monte Cassino heette dus ‎eigenlijk Stad, montis cassini, wat werd verhaspeld tot monte-k-asinus. De “k” zou uit het Phoenicisch kunnen zijn en betekent ‎‎“net als een”. Monte Cassino zou je dus kunnen vertalen met “Berg ‎die er uitziet als een Ezel“ (monte-k-asinus). En dat was omdat ‎bovenop de berg in de Romeinse tijd een heel zwaar fort lag: de “ezel” ‎‎(berg) had op zijn rug een heel zware last. Zo′n naamgeving van bergen bestaat in het ‎Middellands Zeegebied nog steeds: je hebt de apenrotsen, en in de buurt waar ik heb gewoond de kameelberg, omdat ze op een aap of kameel lijken. In ‎het geval van Monte Cassino gaat het dus om een ezel. Op die berg, ‎waar de amusementsindustrie van het Romeinse Rijk zich ‎concentreerde, daar werd op voorspraak van Augustinus De Gouden ‎Ezel van Apuleius weer uitgegeven. Ik weet het niet, maar ik denk dat ‎er meer nodig was hiervoor dan Augustinus′ voorspraak. In de Romeinse tijd was de ezel ‎waarschijnlijk maar voor een bepaalde sekte een christelijk symbool. ‎Als sekte denk ik dat de Donatisten ‎een goede kans maken om ‎met die eer te gaan strijken. Het was deze koppige gemeenschap van ‎de vroeg christelijke kerk, die door Augustinus te vuur en te zwaard ‎werd bestreden. En schold hij ze ook uit voor (gouden) ezels? Vond hij ze afgodendienaren? Misschien.

         

De Europese ezel in de klassieke tijd.

‎We hebben gezien dat in het Romeinse Rijk de ezel een symbool werd ‎voor het christendom. Als we nu de plaats van de ezel in de Europese ‎kerk gaan bespreken, dan zien we daar nog iets van terug: Luther ‎maakte de ezel tot symbool van de RK kerk. In ieder geval mag ik hier ‎constateren dat de betekenis van de ezel in het Midden Oosten ‎inderdaad verschilt van die in noord Afrika: de ontwikkeling die in het ‎oosten begon, krijgt in het westen een vervolg.‎

         

De volgende cursief getypte teksten zijn grotendeels integraal overgenomen uit ‎De Ezel (pag. 93-97). ‎Nog steeds is de Ezel een kritisch wezen, als een zekere Nigellus een ‎boekje open doet over de kerk. Hij schreef het boekje voor William van ‎Longchamp(s), bisschop van Elly (1189-1197), de pauselijke legaat en ‎kanselier van Richard van Leeuwenhart. Nigellus stelt ‎zijn ezel Burnellus voor een keuze:‎ ‎Burnellus kan niet kiezen en beslist dan dat het veel wijzer is om zelf ‎een orde op te richten, met eigen regels. Een orde die zijn naam zal ‎dragen.……Hij kiest van elke bestaande orde de in zijn ogen “goede” ‎regels. Van de tempeliers neemt hij de rustig lopende paarden over, ‎van de johannieters het leugentje om bestwil, van Cluny het vrijdagse ‎vet en vlees…en van de kartuizers: één mis per maand! ……Rome met ‎zijn onlesbare dorst naar goud, waar een volle beurs de schuldigen ‎vrijspreekt, hoe vilein hun misdaad ook is. Rome, eens hoofdstad van ‎de wereld, nu kampioen van de zonde, van top tot teen verrot. ……En ‎God? Die hebben ze niet meer nodig. Ieder zijn eigen god! Schapen ‎volgen schapen, dus het volk volgt zijn vorst……in geweld, in misdaad ‎en losbandigheid.

         

Waarom Burnellus besluit een eigen orde op te richten is duidelijk, de ‎tijd is rijp voor een Luther. Zo’n driehonderd jaar later laat Erasmus ‎Luther in een Aesopus-fabel optreden. In zijn fabel uit 1550, is het de ‎ezel die zich als leeuw verkleedt. De verklede ezel is de paus en de ‎herder die de verklede ezel verraadt, heet bij Erasmus Luther (pag 41):
Als ezel geboren, altijd een ezel……
Een ezel had zich eens gehuld in een leeuwenhuid en meende nu ‎angstaanjagend te zijn. En inderdaad, waar hij ook ging, iedereen ‎vluchtte voor hem weg. Ook de herders maakten dat ze wegkwamen. ‎Maar toen stak er een briesje op en juist dat zuchtje wind zorgde ‎ervoor dat de leeuwenhuid van de ezel werd weggeblazen. Toen de ‎herders een gewone ezel zagen in plaats van een leeuw, renden ze ‎naar hem toe en ontlaadden hun angst door de ezel met stokken te ‎bewerken.

         

Luther zelf legde het plaatje dat hiernaast staat, zo uit (De Ezel, pag. 161):‎ In 1523 werd deze spotprent van de paus overal verspreid tot groot ‎vermaak van de kritische gelovigen. Volgens Luther was het ezelshoofd ‎het pausdom met de geestelijke macht als rechterarm in de vorm van ‎een olifantenslurf. De Linkerarm was de wereldlijke macht. Beiden ‎zouden gescheiden moeten zijn, maar maakten deel uit van één ezel. ‎De ezel staat hier net als op de ezel op de kaart van Sardis symbool voor het hele ‎christendom! Alleen de betekenis is helemaal eraan tegenovergesteld. ‎Volgens Luther zouden wereldlijke en geestelijke macht niet één ‎organisatie mogen vormen. De verbintenis tussen kerk en wereldlijke ‎macht was het werk van de duivel. De rechtervoet (koevoet) ‎symboliseerde de geestelijkheid die de gelovigen onderdrukte. De ‎linkervoet (de griffioenklauw) stond voor de hebzucht van wereldlijke ‎leiders, die naar alles graaiden wat zij maar konden binnenhalen. De ‎vrouwelijke borsten en buik stelden de onkuise en bandeloze ‎pausdienaren voor, die door de wereldlijke macht werden beschermd ‎‎(vissenschubben). De kop op het achterste met zijn langhalzige ‎drakenkop stond voor de vele excommunicaties die de paus uitsprak ‎en voor het gehoopte, naderende einde van het pausschap.‎

         

De ezel werd van een vereerd en gerespecteerd dier weer tot een ‎verachtelijk wellustig wezen.

         

Conclusie

De interpretatie van de etymologie en de geschiedenis van de ezel ‎gaan behoorlijk gelijk op. In de geschiedenis ontstaat er een verschil ‎tussen het Midden Oosten en noord Afrika. In het Midden Oosten is ‎‎“ezel” veel meer een scheldwoord zonder dat daarmee gezegd wordt ‎dat de ezel dom is. In het Midden Oosten is hij eerder koppig en ‎eigengereid. In het westen (Griekenland) is de ezel primair dom. De administratieve kant van de “ezel” krijgt de nadruk. In ‎bepaalde kringen ontwikkelt zich dit tot een geuzennaam voor ‎christenen. Konden ze goed rekenen? Belastingen droegen ze niet meer af aan de Romeinse keizers, totdat daar onder Constatijn verandering in kwam. In de Renaissance valt men weer terug op de ‎veronderstelde domheid van deze ezel, die dan symbool staat voor de RK kerk. In het westen staat de ezel een ‎tijdlang, zelfs als scheldwoord, symbool voor het ‎christendom in het algemeen. Opvallend is, hoe de symbolische ‎betekenis op zich, zonder te letten op de positieve of negatieve zin ‎waarin het symbool werd gebruikt, stabiel is door de eeuwen heen: ‎de ezel blijft staan voor de RK kerk. Uit mijn uitleg bij mijn manier van ‎interpreteren, blijkt dat dit symbool een nog algemenere strekking krijgt ‎in de zin dat het ook staat voor het eeuwige leven. Maar dat is een betekenis die het symbool heeft, voordat de RK kerk het zich heeft toegeëigend. Dit oude symbool gaat al terug op de Chinezen, die op de rug van de ezel hun doden de bergen instuurden. Op een ezel, omdat je dan behouden ter plekke kwam. Dit positieve imago had de onager voor de Sumeriërs. De “burro” of “burra” had het positieve imago later aan zijn (administratieve) kwaliteiten in de landbouw, handel en oorlog te danken. Het grappige aspect was vooral oosters met een klein uitstapje naar het oude Griekenkand en ging terug op Dionysusfeesten. Rituelen als in een kerk, waarop de andersgelovige met een scheef oog neerkeek.

         

We zien momenteel dat de ezel weer aan belangstelling wint. Dat heeft ‎waarschijnlijk te maken met dat wij de symbolische betekenis van de ezel ‎zijn vergeten, en weer van het beestje houden zoals het is. Dat maakt ‎interpretatie ervan moeilijker.

‎ ‎