Vervolg Interpretatie (3)

Door te klikken op een van de volgende drie onderwerpen, springt u ernaar toe:

  • Archetype 1: Salomon.
  • Archetype 2: Herakles..
  • Archetype 3: Phoeniks.
  •         

    Inleiding Archetypen.

            

    In het begin van het onderdeel “Grappen” van deze website Klassieke Humor, staan min of meer historische figuren. Omdat het figuren zijn waarover talloze verhaaltjes en grappen worden verteld staan ze model voor grappen met een bepaalde lading. In deel 1 van de Interpretatie van Klassiek humoristische grappen heb ik het begrip Archetype laten vallen. Voor mij zijn deze figuren archetypes. Ik heb Carl Gustav Jung gevolgd door elke caregorie een archetype mee te geven. Ik hecht er echter niet dat gewicht aan dat Jung eraan toekende. Ik gebruik ‘mijn archetypen’ om de grappen te ordenen. Salomon staat voor het Recht, Herakles voor het Fatsoen en ten slotte de Phoeniks (Feniks) voor Geloof. De een heeft een Joodse, de ander een Griekse en tenslotte de Feniks een Arabische achtergrond. Er wordt beweerd dat deze grappen een Joodse, een Griekse of Arabische oorsprong zouden kunnnen hebben en verwijzingen naar deze culturele achtergrond tref je dan ook met zekere regelmaat in de teksten aan.

            

    Volgens Gustav Jung stelt een archetype het volgende voor:

    Deze collectieve patronen heb ik archetypen genoemd, een term afkomstig van St.-Augustinus. Een archetype betekent een ‘typos’ (een indruk), een vastomlijnde groepering van archaïsche aard, die zowel naar vorm als inhoud ‘mythologische motieven’ bevat.

    Het belang van Augustinus bij de overlevering van Klassieke Humor staat beschreven in het stuk over de Ezel. Je kunt er naar mijn idee dan ook vanuit gaan dat mijn typeringen in de Klassieke Oudheid categorieën waren die aansluiten op de maatschappelijke werkelijkheid van die tijd. Ik heb deze enigszins vage definitie van Jung geciteerd, omdat ze zo prachtig aansluit op de omschrijving van humor als uiting met een “collectief patroon” in een verleden. Een archetype wordt ook weleens kortweg aangeduid met “menselijk aangeboren belevingsmodel”. Dat een archetypische figuur aan het begin van een hoofdstuk staat, betekent natuurlijk niet dat de verhalen in een hoofdstuk ook helemaal op deze archetypische figuren teruggaan. De figuren reiken een generiek model aan om de verscheidenheid aan grappen enigszins te kunnen categoriseren.

            

    Archetype 1: Salomon.

    Het eerste deel gaat over grappen die met het Recht van doen hebben. Deze grappen raken aan de essentie van het leven. Het lijkt erop dat deze grappen ons willen leren dat het leven zin heeft. Zelfs in de meest ellendige omstandigheden moeten we blijven strijden om niet zozeer onze zin te krijgen, als wel om onze "cultuur" te redden! Veel humoristische grappen hebben een strijdbare ondertoon. En dit is in strijd met Freuds bewering alsof grappen altijd te maken hebben met slachtoffers. Ja, het heeft te maken met slachtoffers, maar met slachtoffers die in opstand komen en een bevrijdingsoorlog beginnen. De beroemdste Algerijnse verzetskrant "An-Nasr" (De overwinning) had altijd een aantal grappen dat de Fransen en de Franse overheersing belachelijk maakte. Er was een doel om voor te vechten en er was een einde aan de strijd, leken deze grappen aan de verzetstrijders te zeggen.

            

    In de klassieke Oudheid werd er rekening mee gehouden dat een medaille twee kanten heeft. Hij kon de ene kant opvallen of de andere. En de tweede kant van dezelfde medaille is soms heel verrassend. Rechtvaardigheid had als schaduwzijde Jaloezie. Het idee Onrechtvaardig te zijn behandeld kwam voort uit Jaloezie: hoewel het rechtvaardig was dat je ergens over zou moeten kunnen beschikken, kon je er niet over beschikken. Daarom was je jaloers. Dat is niet persé negatief. Zo was de godin Hera regelmatig terecht jaloers op haar man Zeus, omdat hij weer eens overspelig was met een andere vrouw. Jaloersheid was geen lelijke karaktertrek van Hera, maar een teken van haar strijdvaardigheid om voor een terechte zaak op te komen.

            

    Het archetype van de eerste categorie is Salomon (Salomo). Hij staat voor Recht en Jaloezie. Jaloezie in de zin die men er in het joodse geloof aan geeft als men spreekt van een jaloerse God. God is jaloers, omdat zijn volk andere afgoden aanbidt. En hij is strijdvaardig: Hij laat zijn volk weten dat hij het er niet mee eens is. Rond de persoon Salomon bestaan in het Midden-Oosten erg veel verhalen, ook grappen. Een zo′n recente Joodse grap gaat als volgt:

    “De mensen noemen Salomo wijs, omdat hij vaststelde wie de moeder van een kind was. Kunsjt! De vader had–ie moeten vaststellen: dat zou pas wijsheid zijn geweest.”

    Humor uit de Klassieke Oudheid komt vaak niet meer overeen met ons gevoel voor humor. Een voorbeeld is het verhaal over Salomon, die voorstelt één kind in tweeën te delen, omdat twee moeders het niet eens kunnen worden aan wie het kind toebehoort. Salomo wordt voor wijs gehouden, omdat hij met deze truc weet te onthullen wie de enige echte moeder is. Maar is hij niet eerder een malloot, die zich zelf belachelijk maakt?

            

    De DNA-test kende men in die dagen nog niet: anders had hij die vast en zeker laten doen. Of is Salomon misschien zelf de vader? Deze grap dient ter illustratie van de werking van het Salomons archetype in vergelijkbare grappen. Wat deze grappen kenmerkt, is: wijsheid geaccentueerd door een kritische slagschaduw. Typerend voor alle humoristische archetypen is dat ze alle twee gezichten hebben, zoals valt te verwachten van deze figuren met kenmerken van de humorale theorie, een theorie van het evenwicht. Salomon is namelijk niet alleen wijs, maar ook onbesuist uitbundig (als een dronkaard of een arrogant heerser). De tweezijdigheid werkt als een hefboom om ellende te kunnen relativeren. Het moment van ellende vergaat (Hegel: aufgehoben) om plaats te maken voor moed, wat op zijn beurt weer plaats kan maken voor hoogmoed (vóór de val……), of ook omgekeerd, moed leidt tot nederigheid en wijsheid.

            

    Archetype 2: Herakles, staat voor fatsoen.

    Eigenlijk had ik in eerste instantie voor deze categorie Hermes als archetypische figuur genomen. Maar alle trickster–verhalen zou je kunnen herleiden tot HermesHermes trismegistos(Latijn: Mercurius), de god van de handel. Daardoor zou ik het onderscheid tussen de drie categoriën niet meer kunnen maken. Daarom heb ik voor deze tweede categorie als archetypische figuur Herakles gekozen, een goeie tweede keuze.

            

    Aan grappen kun je aflezen wat men acceptabel en fatsoenlijk vindt.  Nu stond wat wij nu Fatsoen noemen, in de Oudheid bekend onder de naam Matigheid met als schaduwzijde Gulzigheid. Matigheid had dan ook niets met zuinigheid te maken, maar met een leven waarin je je ervoor hoedde je niet over te geven aan bandeloos gedrag. Gulzigheid –ongebreideld feestvieren, zoals keizer Nero– was een echte ziekte, omdat het tot nietsdoen leidde: het oorkussen van de duivel.

    “Aan Herakles wordt de grap toegeschreven waarin iemand zijn paard erin traint iedere dag iets minder te eten. Op een dag is het paard dood! Blijkbaar mag je in zo′n training niet te ver doorschieten. Dezelfde grap komt onder de naam Nasreddin en Jeha voor, maar nu is het geen paard, maar een ezel.”

    Deze grappen van vroeger komen het meest overeen met de grappen van nu! In dit stuk komen dan ook aspecten aan de orde, die min of meer verklaren waarom hetzelfde verhaal nu nog precies zo verteld wordt als in vroegere tijden, bijna 2000 jaar geleden. Beide versies staan op schrift en zijn met een tijdsverschil van tweeduizend jaar opgeschreven. Aan de conclusie valt niet te ontkomen: aan dit verhaal, aan hoe het verteld wordt, is bijna niets veranderd! Blijkbaar hechtte men er bij sommige grappen meer dan bij andere aan dat ze precies naverteld werden. Waarom, juist in deze categorie? Ik weet het niet, zeg het maar.

            

    Dit tweede van de webpagina “Grappen” gaat over Fatsoen. Het archetype is Herakles (Hercules). In de komedie “De Vogels” van Aristophanes komt hij voor als een enigszins onbehouwen veelvraat. Wij kennen hem vooral als de onovertroffen held van twaalf schier onmogelijke heldendaden, zoals het op zijn schouders dragen van de wereld. Met zijn rol in de komedie van Aristophanes is meteen de schaduwzijde van Herakles getekend, die wij blijkbaar zijn vergeten. De obesitas in zijn strijd met de anabole steroïde, of andersom! In grappen werken de beide zijden juist als een hefboom, die de grap uittilt boven een gewone grappige opmerking. In de hier gepresenteerde grappen komen grappen voor die ook nadat Hannibal in 202 v. Chr door de Romeinen was verslagen op het toneel werden gebracht. Hercules is dan de figuur die een ander het eten uit de mond snaait, of met een trouweloze vrouw echtbreuk pleegt.  Dat komt overeen met het verhaal dat Hercules als eunuch een gecastreerd leven zou hebben geleid in Jordanië, omdat op overspel als straf castratie stond bij de Romeinen. Waarschijnlijk gaat een en ander terug op het zogenaamde phlyaken-spel, een kluchtvorm, waarin de Griekse Mythologie een grote rol speelde. Deze vorm van theater vond een goede voedingsbodem onder de Griekse kolonisten van zuid Italië. Er zijn er geen phlyaken-spelen in goede staat bewaard gebleven; flarden hieruit vertellen grappen zoals hierboven, die terug te vinden zijn op keramiek (vazen) uit die tijd.

            

    Archetype 3: Phoeniks, staat voor godsdienst..

    De mythische vogel Phoeniks (feniks) staat als archetype van Klassieke grappen voor Geloof met als schaduwzijde Hoogmoed. Net als Icarus die de hemel op vleugels wilde bestormen, heeft Geloof de neiging zichzelf in trancedentie te verliezen. Dan wordt het vaak Hoogmoed. Een van de meest frappante kenmerken van deze categorie is dat de hoofdpersoon uit zijn eigen as weer kan opstaan. Dood is schijndood, en mits men oppast, is redding nabij. Om zich deemoedigheid aan te leren verzamelden sommige kerkprelaten (o.a. Hebraeus en Rabelais) grappen, zoals deze:

    Hebraeus, Laughable Stories, Itemnummer DLXXVI:
    De zoon van een of andere dwaze vrouw stierf – z′n naam was Lazarus! – en de priester ging hem begraven. En toen hij het volgende stuk uit de bijbel reciteerde dat begint aldus (Johannes, XI, 14): “Lazarus is gestorven, en het verblijdt mij……,” zei de oude vrouw hem daarop: “En waarom zou je je niet verblijden? Immers je hebt zijn kleren, en zijn bed, en alles dat hij bezat naar huis meegenomen.”

    Het vergt enig nadenken, maar als je bedenkt dat Lazarus uit de dood opstaat en dan al zijn bezittingen en kleren mist, dan moet ik hierom toch wel hartelijk lachen. Veel van deze grappen gaan terug naar ongeveer dezelfde eeuw als waarin Hebraeus leefde. Daarvoor was het de clerus min of meer verboden om grappen te maken. Vanaf die eeuw maakten vooral wereldgeestelijken ( in tegenstelling tot monniken en paters) zich meester van het humoristische domein.

            

    Nu vinden we grappen, volgens Wikipedia, “verhalen of vooropgezette situaties met een bedoelde humoristische of geestige strekking”. En onder Humor wordt verstaan: “het vermogen iets grappigs, amusants of geestigs aan te voelen, te waarderen of tot uitdrukking te brengen”. In deze definitie valt het woord "geestig" en dat brengt ons bij het derde deel in ons Drieluik: Geloof. Het archetype van deze categorie is de mythische vogel “Phoenix” (Feniks). Deze vogel werd uit zijn eigen as herboren om opnieuw 500 jaar te leven. Aristophanes noemt in De Vogels vogels de heersers van het heelal. Hoewel dit natuurlijk bedoeld is met een knipoog, geeft het wel een belangrijk aspect van de rol van vogels in de Klassieke Oudheid aan. Dat heersen doet de vogel namelijk, omdat hij voorspellend is. Hij of zij is een bemiddelaar tussen de mensen en de goden. Maar gezamenlijk kwetterend in een zwerm gezeten in een boom op het toneel is hij voornamelijk belachelijk en komisch. Ook hier weer het verschijnsel hoe het ene lovenswaardige moment overgaat in dat wat minder is. Wij zouden zeggen: alles wat boven het maaiveld (vaak onkruid) uitsteekt, moet gekort (-wiekt) worden. Je zou het thema van deze categorie ook als volgt kunnen samenvatten: in oorlogstijd bestaat er een aanmoedigingsprijs voor moed, in vredestijd wordt jou geleerd op tijd je hoofd tussen de schouders te trekken, vóórdat de zeis toeslaat om het maaiveld te korten. En misschien ligt hier de oorsprong waarom de eerste grappenmakers zich konden profileren: zij voelden als sjamanen beter aankomen, wanneer je er niet moest zijn om de dans te ontspringen. In dit laatste deel zie je de ontwikkeling van het massale naar het individuele.

            

    Uit het toepassen van de 3 archetypen op de categorieën “recht”, “fatsoen” en “geloof” valt al af te leiden dat deze oude grappen universeel zijn. Ze hebben direct te maken met hoe ons denken zich heeft gevormd. Misschien is dat ook de reden waarom een oud arsenaal grappen tot in onze tijd behouden is gebleven. Wél blijkt de cultuur een schaduwrand aan te brengen aan het universele gegeven. Zoals uit verschillende grappen blijkt, is de culturele omgeving alleen op te maken uit de context waarin het verhaal wordt verteld. De lokale cultuur is niet de essentie; universele basiselementen zijn het fundament van dit oude arsenaal grappen: struktuur en symboliek. Ons gevoel voor rechtvaardigheid, fatsoen en geloof legt en legde de basis voor humor, in een kritische zeef van reflectie. Het lijkt alsof er te kiezen valt. Is dat ook zo? Oordeel zelf in het deel Grappen van deze website.