grappen van vroeger

Wilt u terug naar de eerste Beginpagina van deze website: klik dan <--

Wegwijzer

In de menubalk staan drie figuren afgebeeld, die model staan voor drie soorten grappen. De meest linkse figuur is een tekening van Salomon. Hij staat of liever gezegd, ligt model voor grappen over rechtvaardigheid. In het Midden-Oosten bestaan veel grappen met koning Salomo(n) in de hoofdrol. Hij is dan ook de aanvoerder van hemelse geesten (djinoen). Recht doen lijkt een functie van de Wil (Gods) en de geesten verbeelden deze strijd, in iemand, maar ook elders, buiten je. In het Westen zijn deze grappige verhalen in de Middeleeuwen ook bekend. Salomon komt hierin voor samen met zijn hofnar Marcolphus (de Gaai). In de meeste grappen komt hij niet letterlijk voor, maar heeft hij er alleen model voor gestaan.

De figuur rechts stelt Hercules (Latijn) voor, ook wel Herakles (Grieks) genoemd. Hij is een cultuurbrenger bij uitstek. Een cultuurbrenger is een persoon, vaak een mythische held, die beschaving brengt onder zijn mensen, zijn volk. Ook over hem bestaan er vele grappen, maar van een andere kwaliteit. Het zijn vooral grappen die met fatsoen te maken hebben. Ook voor hem geldt dat hij in de meeste grappen niet letterlijk voorkomt, maar dat hij model kan staan als fatsoensrakker.

Tenslotte de vogel in het midden van de menubalk. Deze “vogel” is niet zomaar een vogel, maar de zingende reuzenvogel Phoenix, die misschien uiteindelijk wel de wereld als een ei heeft gelegd. In sommige scheppingsverhalen wordt al 400 jaar voor Christus de aarde als een bol, een ei, voorgesteld. De vogel verwijst niet alleen naar dit scheppingsverhaal, maar ook naar Orpheus, in een klassieke filosofie de verklaarder (profeet) van de wereldorde. Hij zingt een grappig, kritisch loflied op godsdienst en staat zó model voor grappen over geloof en godsdienst.

Als je klikt op de linken rechtvaardigheid, fatsoen of godsdienst kom je meteen bij het hoofdstuk hierover. De linken onder rechtvaardigheid, fatsoen en goddienst(en) in de paragrafen verwijzen naar de webpagina “Interpretatie” met een toelichting op de keuze voor Salomon, Herakles en de Feniks. Door hier op deze linken te klikken kun je heen weer switchen tussen de twee webpagina′s.

Salomon: Recht en verboden verbeelding.

ezeltjes

Salomon, sommigen zeggen Salomo, staat model voor een hele serie grappen die zijn oorsprong vindt in rechtvaardigheid. Deze grappen moeten wel heel erg oud zijn, want we treffen er woorden in aan die naar het verre verleden verwijzen, naar de Assyriërs en Sumeriërs van Babylon. Op mijn blog van woensdag 5 april 2017 staat er eentje, waarbij ik me afvraag waarom bepaalde grappen zolang actueel blijven. Deze grap had te maken met het steeds meer naar zich toe trekken van alle macht door de Turkse president Erdoğan. Op mijn blog “Klassieke Humor” staan meer heel erg oude grappen die nog steeds niet aan actualiteit hebben ingeboet! Dat geeft te denken.

De grap uit het begin (en in de rechter kolom) over een Jeha die een dronken rechter op zijn pad vindt, zou je in vier acties kunnen samenvatten: Jeha vindt langs de weg een slapende man in een dure mantel. Hij steelt de mantel en plast er op. Daarna wil de eigenaar van de mantel hem niet meer hebben. De vier actiepunten leveren een centraal gegeven op waaromheen de acties plaats vinden: de mantel.

De mantel heeft een symbolische betekenis. In de Joodse traditie roept de mantel de vraag op of iemand de mantel ook waardig is. In deze grap is duidelijk dat deze rechter zijn mantel niet waardig is. Kleding is een belangrijk thema in de Salomon–grappen. Onder de Romeinen kreeg de mantel van de rechter, in het Arabisch een Cadi genoemd, ook de betekenis van wijnamfoor. Bij de Romeinen was een Cadi een aarden, met pek bestreken of op een andere manier lucht– en waterdicht gemaakt, vat waarin wijn werd bewaard. Op mijn blog van 30 januari 2019 staat dit verder toegelicht. Uit een ander Jeha–verhaaltje blijkt dat zulke grappen soms deel uitmaakten van veel langere verhalen. Dit Turkse voorbeeld heb ik gepubliceerd op maandag 27 februari 2017 op mijn blog onder de titel “De uitgeklede cadi” (= rechter). Een bijzonder Salomon–verhaal is het verhaal, waarin hij recht spreekt op een manier die doet denken aan een rechter Tie verhaal. Het verhaal met de titel In de val gelopen stond op 28 november 2016 op mijn blog; grappig is het echter niet.

Meestal is Salomo een voorbeeld dat humoristische navolging krijgt zoals in het volgende voorbeeld:
Het verhaal lijkt te gaan over kleding, maar bij doordenken ook nog over allerlei actuele politieke vraagstukken. Het is een verhaal uit het huidige Israël en Palestina!
(Eigen vertaling: Klik op de tekst voor de originele Arabische versie.)

Een idee.

"Een man lag in het veld te slapen met over zich heen zijn mantel. Er kwam een dief langs, die de mantel stal, wat de ander bemerkte. De man nam hem mee naar de rechter, Jeha, die in deze zaak uitspraak moest doen. Ieder van de beide mannen zei dat de mantel van hem was en dat hij hem niet zou geven aan de ander, tenzij er bewijs was dat de mantel aan hem toebehoorde. Jeha ging er eens goed voor zitten om deze verwarrende zaak te overdenken. Toen schoot hem een schitterend idee te binnen. Hij sommeerde de beide mannen om zich bij hem te vervoegen en om onderling de mantel te verdelen in stukken. Daarop liet Jeha ze een lange tijd aan hun lot over, en hield hij zich in hun aanwezigheid bezig met het inzien van hun papieren……
De eigenaar van de mantel trad roepend om zijn aandacht op hem toe: ‘Geef de mantel maar aan wie je maar wil, zelfs al is het de dief ……’(Want wie heeft er wat aan een kapotte mantel?) Daarop trok hij zich terug en liet hij de mantel voor wat-ie-was. Toen wist Jeha: dit is de eigenaar! En de ander is de dief. En hij deed uitspraak, liet de dief in de gevangenis werpen en gaf de mantel aan zijn eigenaar……"

Opvallend is dat de hoofdpersoon Jeha blijkbaar verschillende rollen kan spelen. In het verhaaltje uit het begin is hij een soort zwerver, in dit verhaaltje is hij de tegenpartij van de zwerver, een rechter. Ook in dit geval staat de mantel symbool voor iets anders: lang, lang geleden was het gewoonte dat stammen die zich in een bondgenootschap verenigden, stukken mantel met hun eigen stamtekens samenvoegden tot één grote koningsmantel. De twist om de mantel in dit verhaaltje, is eigenlijk een ruzie tussen twee stammen over land die uiteindelijk wordt bijgelegd. De symbolische betekenis van mantel voor “de verbondenheid van stammen” is waarschijnlijk de oudste symbolische betekenis.Je zou kunnen zeggen: recht zegeviert over jaloezie.

Het belang van de mantel in deze grappen hangt niet altijd samen met Salomon; er is geen garantie dat een mantel–grap altijd in de Salomon–categorie terecht komt. Romeinen kenden toneelstukken met en zonder mantel. Het overnemen van Griekse teksten door de Romeinen heeft een naam: “fabula palliata”, wat zoiets betekent als “verhaal in een Grieks manteltje”. De “fabula togata” waren de toneelstukken waarbij de acteurs Romeinse kleren (toga) droegen. Een voorbeeld hiervan is de grap waarin Jeha als hij in armoedige kleding bij een banket komt, niet te eten krijgt, terwijl hij een plaatsje aan het hoofd van de tafel krijgt, als hij zich op zijn deftigst kleedt. Pas als de 4 acties als centrale spil “de koningsmantel” hebben —en niet “kleding zonder meer”— is er sprake van een grap in de Salomon–categorie. De grappen met “kleding zonder meer” hangen meer samen met toneelspel, dan met de grap zelf. De grap van het voorbeeld vind je min of meer terug in het toneelstuk De vrolijke thuiskomst van Plautus. Dit is een complicatie waarmee bij de interpretatie van deze grappen rekening moet worden gehouden. De aangehaalde grap uit het voorbeeld komt in de Herakles–categorie terecht, omdat de nadruk ligt op fatsoen, op normen en waarden, niet op de uitspraak van een rechter. Variaties hierop staan op mijn blog van 22 januari 2019. Tussen de vier acties en de symboliek bestaat een vorm van “samenwerking”, een nauwe samenhang.

De manier van analyseren (interpretatie van 4 handelingen – symboliek van de grap) maakt vergelijking met oudere verhalen mogelijk. De vergelijking levert op dat we kunnen zien hoe uit de oudste grappige verhaaltjes onze humor zich heeft kunnen ontwikkelen. Het geeft de grap over de Turkse premier de betekenis dat hij teruggrijpt op toestanden uit een ver verleden, die niet meer in deze tijd passen. Het symbool dat het verst teruggaat in de tijd is de oudste variatie. Wat blijkt, is dat humor een versnelde ontwikkeling heeft meegemaakt in Klein Azië, toen de Grieken in aanraking kwamen met de Phoeniciërs in ongeveer 800 voor Christus. Veel is hierover onbekend, maar ik denk dat de uitvinding van het schrift hierin een heel erg belangrijke rol heeft gespeeld. De reden is dat in de humor het beeld dat letters oproepen, ook een belangrijke rol kan spelen, wat later in symboliek zijn beslag krijgt. Dat beeld was dat van de tessera hospitalis.

Hercules: sterke man én zwakke vrouw (of omgekeerd): fatsoen.

ezeltjes

Kenden de Romeinen al het begrip “fatsoen”? In de Amphitruo, het toneelstuk waarin Hercules wordt geboren, komen de volgende fatsoensnormen voor:
(Eigen vertaling: Klik op de tekst voor de originele Latijnse versie van Plautus [7].)

Alcmene:

"Ik geef niet om mijn bruidsschat zoals jullie die noemen. (Ik geef niet om geld.) Maar om kuisheid, bescheidenheid (schaamte) en beheerste verlangens, vrees voor de goden, liefde voor mijn ouders en leven in harmonie met mijn verwanten. Trouw zijn aan jezelf, gul zijn voor de mensen die het goede nastreven, bereid zijn die mensen te helpen die oprecht zijn."

Op het eerste gezicht komen deze hoogstaande morele waarden enigszins overdreven over, maar ook onverwacht modern. Je verwacht ze niet van een Romeinse vrouw; zeker niet de zinsnede “trouw aan jezelf”. De nadruk ligt op het vóórkomen van schande, zoals dit in veel landen rond de Middellandse Zee nog steeds geldt. Wat is er dan dat in dit rijtje staat, waardoor je toch de indruk hebt dat het een beetje overdreven is. Dat is natuurlijk in de eerste plaats de nadruk op kuisheid, die wij dankzij de pil om zwangerschap te voorkomen niet meer in die mate kennen. En de vrees voor de goden, die we niet meer kennen, zoals in het boek Homo Deus van Harari uitgebreid uiteen wordt gezet. Maar dat is het ook wel zo′n beetje. De Romeinen noemden fatsoen “honestas”, waarin wij de Franse woorden “honeur” (eer) en “honte” (schande) herkennen. Maar het woordje “beheerst” is in dit rijtje ook heel belangrijk, omdat het aangeeft dat de Romeinen matigheid hoog in het vaandel hadden staan. En daarvan is Hercules ⁄ Herakles het archetype.

In de komedie “De Vogels van Aristophanes komt Herakles voor als een enigszins onbehouwen veelvraat. Wij kennen hem vooral als de onovertroffen, sterke man van twaalf schier onmogelijke heldendaden, zoals het op zijn schouders dragen van de wereld. Met zijn rol in de komedie van Aristophanes is meteen de schaduwzijde van Herakles getekend, die wij blijkbaar zijn vergeten. Obesitas bestreden met anabole steroïde, dat was in de Klassieke Oudheid Herakles. Waarschijnlijk gaat een en ander terug op het zogenaamde phlyaken-spel, een kluchtvorm, waarin de Griekse Mythologie op de hak werd genomen. Herakles wordt er niet alleen van beschuldigd dat hij zijn vrouw ontrouw is, maar in de klucht is hij een onbeteugelbare rokkenjager. In de grappen van de Herakles–categorie ligt soms het initiatief bij de vrouw: op het eind van zijn leven kreeg Herakles alle kenmerken die men in de Oudheid aan een oude vrouw toekende. Men stelde zich Herakles in zijn nadagen vaak voor als een slaaf in vrouwen kleren. Is hij nu een sterke man of juist een zwakke vrouw?

Volgens Paul Schulten zouden de Aesopus verhaaltjes, door Phaedrus vertaald in het Latijn, een manier zijn van slaven om zich te kunnen uiten. In de toneelstukken van Plautus speelt de slaaf vaak een hoofdrol. Herakles sterft in de Metamorfosen van Ovidius in de met giftig bloed van Nessus doorweekte mantel, nadat hij door Deianira, zijn jaloerse vrouw, van echtbreuk is beschuldigd (Ovidius, boek IX, vers 137-140; vers 157-162 en vers 166-169, vertaling: D′Hane-Scheltema):

(Klik voor de oorspronkelijk tekst (5) hieronder)?

……en probeert terstond het doodskleed af te rukken.
Maar waar hij trekt, scheurt ook zijn huid: het kleed -- te erg voor woorden
kleeft ondanks zijn herhaald geruk aan lichaamsdelen vast
of legt gescheurde stukken vlees en hele botten open!

In het Romeinse theater droegen toneelspelers vaak een “corium”. Een “corium” was een masker en huid die men droeg om zijn rol uit te beelden. Als een toneelspeler, vaak een slaaf, er niet in slaagde een rol goed te spelen en door het publiek werd uitgejouwd, dan was de kans groot dat hij op het podium ten aanzien van datzelfde publiek werd gegeseld. Het is voor ons onvoorstelbaar, maar ook de wanhopige rukbewegingen van Hercules om zich uit de giftige mantel te bevrijden, moet de lachlust van Grieken en Romeinen hebben opgewekt. Theater en openbare terechtstellingen waren beide schouwspelen. In het geval van Hercules is ook van belang dat ouder worden een lot is, waaraan je niet kunt ontkomen; wil je dat wél dan ben je belachelijk, om over te lachen. Ook al was je een cultuurbrenger, je was altijd onderhevig aan de krachten van de natuur.

Als we dit kenmerk van het Romeinse theatergebeuren erbij betrekken, dan wordt de overeenkomst tussen Christus ⁄ Jezus die aan het begin van het christelijk geloof staat, en Hercules duidelijk. Er zijn nog veel meer overeenkomsten met Hercules, die u in een aparte bijlage kunt raadplegen. Dat toneelspel een grote bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van de eerste christelijke gemeenschappen blijkt niet alleen hieruit, maar ook uit het grote aantal christenen dat zich in de tijd van Christus in Zuid Italië (o.a in het Romeinse Hollywood, Atella) ophield. Het christendom lijkt zich vanuit het zuiden van Italië naar het noorden te hebben verspreid. Wat die rol van het theatergebeuren precies is geweest, blijft onduidelijk. Maar ook de Klassieke Humor heeft daarin een niet onbeduidende rol gespeeld als middel om opties te overdenken.

We zien hier weer een mantel als symbool opduiken. Nu is het een symbool voor de jeugdige kracht die Herakles ⁄ Hercules ontbreekt, nadat hij zich in de huid van de verslagen centaur heeft gewikkeld. Net als het knippen van de haren van Samson, brengt de huid van de centaur de dood. Maar waarom vallen deze “grappen” dan in de Herakles– en niet in de Salomon–categorie? Het symbool in samenhang met de 4 acties van Greimas bepalen in welke categorie een grap valt. Volgt op de “mantel” een rechtzaak of doet een rechter uitspraak in een geschil (over land), dan valt de grap in de eerste categorie; volgt op het symbool een beschamende handeling, dan valt de grap in de categorie Herakles.

Het is nog maar een kleine gedachtensprong om van Herakles een ezel te maken. In kluchten traden vaak als ezel verklede toneelspelers op. Herakles kreeg op zijn oude dag steeds meer oosterse attributen: de Grieken twijfelden uiteindelijk aan zijn loyaliteit. Ze noemden hem oud van dagen een (rooie) ezel. Het grappige verhaal op mijn blog van 25 september 2018 is een illustratie van zulke grappen in de Herakles–categorie. En dit is ook weer een onverwachte overeenkomst tussen Christus ⁄ Jezus en Hercules. Waarschijnlijk schaamden de eerste christenen er zich niet voor zich voor ezel te laten doorgaan, in die mate dat de ezel het boegbeeld werd voor de eerste verbreiders van het christelijk geloof. Meer hierover staat te lezen in het stuk over de betekenis van de ezel in Klassieke Humor.

Al vroeg werden "grappen" (op een bureau/burro/een (schilders-)ezel) op schrift gesteld en in toneelvorm opgevoerd. Voorbeelden: "De Vogels" van Aristophanes, "De Gouden Ezel" van Apuleius, en Plautus ”Aulularia“,(verhaal 8) “De pot-comedie” en natuurlijk Amphitruo, over de rol van Amphitruo, de stiefvader, bij de geboorte van Hercules. Bij ons natuurlijk toneelstukken als "De knecht van twee meesters" van Carlo Goldoni en van Bredero, bijvoorbeeld "De Spaanse Brabander" of Hoofts “Warenar”, een bewerking van de “Aulularia”. Ook "De lof der zotheid" van Erasmus is een voorbeeld van al vroeg op schrift gestelde humor, maar dan om bepaalde wetenschapsnormen en -waarden uit te dragen. In de renaissance wordt het genre in de vorm van korte verhalen in een raamvertelling weer opgepakt. Een mooi voorbeeld hiervan is de Decamerone van Boccaccio (1349-1360 nChr.), waarin het verhaal van Apuleius (123-180 nChr.) werd opgenomen. En het kreeg in 1971 weer bekendheid bij ons door de verfilming van Pasolini. Een ander voorbeeld hiervan zijn de Canterbury tales. In de Arabische landen vierde dit genre hoogtij in de gedaante van de de Duizend en Een Nacht. In Nederland heeft Paul Rodenko zich verdienstelijk gemaakt met de vertaling hiervan onder de titel: “Vrijmoedige liefdesverhalen”..

Merkwaardig is dat de later gedrukte versies veel “netter” zijn dan de oudste geschreven Apuleius versie. Dit kan samenhangen met geheugentraining! Er is een parallel tussen de geringere spreiding van pornografische literatuur en het belang van het zich iets herinneren! Vóór de uitvinding van de boekdrukkunst stonden in een “heilig” boek nog erotische teksten, zoals bijv. in het Middeleeuwse, Spaanse boek "Het boek van de goede Liefde" (El Libro de buen Amor), om het kwaad in de mens te bestrijden en de goede liefde te leren kennen. Dit erotische gehalte van oude teksten zou verband kunnen houden met een vorm van zich herinneren, die de Romeinse redenaar Cicero voorstond in de Kunst van het zich iets herinneren (ars memoriae) en wordt aangeduid als de loci-methode.

Het is de Herakles–categorie waarin de voor ons meest toegankelijke grappen vallen. Dat komt door de overeeenkomsten tussen Herakles en Jezus ⁄ Christus. Onze moraal blijkt niet zo ingrijpend veranderd als ons rechtsysteeem (Salomon) of geloof (Feniks). Je kunt je afvragen of dit ook in andere culturen het geval is. Het rechtsysteem in Marokko of China zou weleens veel meer hetzelfde gebleven kunnen zijn dan ons westerse rechtsysteem. Eenzelfde vraag zou je ten aanzien van geloof kunnen stellen vanuit verschillende culturele conteksten. Wat mij heeft verbaasd is dat de verschillende categorieën Klassieke Humor staatkundige veranderingen van tevoren lijken aankondigen. De scheiding der drie machten (recht, wet en bestuur) lijken zich er al in aan te kondigen. De grappige Perzische Brieven (Lettres Persane) van Montesquieu kenden inderdaad bronnen uit een ver verleden.

Phoenix: Overschreden grenzen en godsdienst

ezeltjes

Godsdienst(en) claimen dat er leven na de dood is, of dat men weerkeert in het leven in een andere gedaante, een hergeboorte. In deze categorie komen steeds weer voor de thema′s “op reis gaan” en het op zich nemen van “een spirituele zoektocht”. De psychiater Jung liet zich door het soefisme, dat het volgen van De Weg propageert, inspireren en plaatste de mythische profeet El Khadr (de Groene) als wegwijzer op een voetstuk. Jung staat aan de basis van het opnieuw in de belangstelling brengen van achetypes als Salomon, Herakles en de Feniks. De Feniks is voor deze categorie grappen het archetype dat model staat voor godsdienstgrappen. Het soefisme kent de Feniks als een vogel die je kan helpen uit je schaduw te stappen naar het Licht.

(klik op onderstaande tekst voor de volledige oorspronkelijke versie (17))

In India is een unieke vogel
De lieflijke Feniks met een bek als een kogel
op zijn beurt doorzeefd met honderden gaatjes
als op een fluit met duizenden praatjes.
De Feniks heeft geen levensgezel
hij vormt met niemand een echt hecht stel.
Ieder lied dat hij zingt
—voor ieder, volwassene en kind—,
vertelt je telkens weer een groot geheim.
Ieder hoort toe gespannen en stil,
zelfs vogels luisteren naar zijn laatste wil,
en ook de vissen houden hun adem in,
want van zijn lied leer je zelf muziek te maken,
stem je je leven naar je hoog gespannen zin
op te vliegen naar grote hoogten en daken.
……Het leven van een Feniks duurt duizend jaar,
maar lang tevoren wordt het al zijn levenseind gewaar.
Als de scherpe doodssteken zijn hart doorboren
en alle tekenen erop wijzen dat zijn leven gaat verloren,
bouwt hij zichzelf een brandstapel van hout en blokken
en gaat op dit nest zijn klaagliederen zingen,
waarvan iedere noot gaat door merg en been
om te vermurwen het meest verstokte hart van steen
en respect voor zijn zielezuiverheid af te dwingen.
Dan, door zijn hartverscheurend lied,
komen vogels aanvliegen als in een horlepiep
en wilde dieren om zijn zwanezang bij te wonen
allen te samen op pleinen, straten en bomen.
Verstild kijken ze toe, ieder heeft in gedachten
dat ook hem ooit eens de dood staat te wachten.
Ineens staat de stapel en Feniks in brand
langzaam zijgt het nest naar de grond,
eerst nog tot gloeiende kool, dan tot aan zijn rand
een ring van as en stof verwaaiend in de wind.
Dan, verschijnt er uit de allerlaatste resten een piepklein vogelkind
op ′t toneel, staat om zich heen te kijken, alsof alles wat het ziet,
het oude verloor in een duizendjarig verschiet.
Welk ander schepsel is er zó in staat
zich opnieuw uit te vinden bij voorbaat?

Als model voor grappen over het geloof en godsdienstige gebruiken staat ons de Vuurvogel, de Feniks, ter beschikking. Natuurlijk heeft hij nooit bestaan, toch heeft hij juist daardoor in zich wat hem tot model voor dit soort grappen maakt. Deze grappen zijn namelijk vaak een grap, die om een grap wordt gemaakt. De grap kaatst de grap terug die een ander over iets of iemand meent te kunnen maken. Het is maar wat je gelooft. Dit lijkt op wat volgens Rabelais (Gargantua en Pantagruel, boek 5, hoofdstuk 24) de Romein Crassus die nooit lachte overkwam. Slechts een keer moest hij lachen, die ene keer, toen hij een ezel distels zag eten. Hij dacht: “Similes habent labra lactucas” (zulke lippen, zulke salades). Maar dat lachen maakte hem zelf belachelijker dan de ezel. Want het spreekwoord is: Risum teneatis amici (Je moet om een vriend niet lachen). De godsdienstige grap is altijd in de overtreffende trap: Crassus –een krassende raaf– is belachelijker dan een distels etende ezel.

De Vuurvogel staat symbool voor al die vogels die profeteren, die praten, die door de goden zijn gezonden. In het boek van de soefi Attar, De samenspraak van de vogels staat een overzicht van welke vogel met welke profeet werd geassociëerd, dat in deze bijlage valt raad te plegen. In De samenspraak van de vogels is de Hop onze gids bij het vinden van de waarheid, net zoals de hop Salomon begeleidde op zijn reis door de woestijn naar koningin Sheba. In het verhaal hiernaast uit het Gilgameš–epos is het eerst de duif, daarna vliegt de zwaluw uit om de omgeving te verkennen en ten slotte de raaf die niet terugkomt. Opvallend is de keuze om de raaf het land te laten ontdekken. Blijkbaar wist men al eeuwenlang dat de raaf een heel slimme vogel is, die zijn eten verstopt en het maanden later weet terug te vinden. Maar hij heeft ook iets onheilspellends over zich, en daarom is het misschien maar beter dat hij niet terugkomt.

De eerste categorie is vernoemd naar Salomon, maar dan vooral naar zijn Mantel van Richter. Hier staat hij genoemd samen met koningin Sheba, en je zou denken: dat hoort dan thuis in de eerste categorie of in die van de normen en waarden, de Herakles–categorie. Hij staat in de categorie “geloof”, omdat de Hop hem naar koningin Sheba in het woeste Yemen brengt. Net als in “De Vogels” van Aristofanes heeft hier de Hop de rol van gids in een onbekend woest landschap. De betekenis van die gebeurtenis is dat Salomon ter discussie stelt of er maar één zaligmakend geloof is. Salomon liet tijdens zijn regering ook het belijden van allerlei andere godsdiensten toe. In het Nasreddin verhaal hiernaast komt dit mooi uit. We herkennen ook hier weer de vier handeling die de spil vormen van de grap: Nasreddin heeft honger (1), hij klimt in een boom in de boomgaard van iemand anders (2), hij wordt betrapt en verklaart een nachtegaal te zijn (3), maar uit zijn zingen valt op te maken dat hij geen nachtegaal is (4). Ook in dit geval geldt, dat omdat er bij de vier handelingen een symbolische vogel (nachtegaal) betrokken is, de grap in de Feniks–categorie valt. De betekenis is gelijk aan die van het verhaal over Salomon en Sheba: gelovigen van verschillende godsdiensten verstaan elkaar vaak niet, vinden elkaar niet om aan te horen.

Op de webpagina genaamd “Interpretatie”wordt er uitgebreid bij stil gestaan, hoe ezel en trein symbolisch staan voor transportmiddelen naar een andere Wereld. In de bijlage over de Ezel wordt de betekenis van de Ezel nog verder toegelicht. Maar over de hele wereld staan ook schepen (boten) bekend als vervoerders van overledenen naar het Rijk der Doden. Een voorbeeld daarvan hebben we op 23 maart 2018 al gezien in het verhaal van Prairiewolf van de Amerikaanse First Nation peoples, de Kwakiutl. Ook Pantagruel laat zich door Rabelais scheepgaan om verschillende eilanden te bezoeken. In hoeverre het hier een tocht is naar het Einde van de Dag, is onduidelijk. De Grieken en Romeinen gaven door het benoemen van scheepsonderdelen naar analogie van vogelkenmerken op bijzondere manier uitdrukking aan hun overkomstige manier van reizen: het trekken van rechte lijnen door de lucht of over het water. De voorkant van een Romeins schip droeg een sneb, een snavel, waarmee de tegenstander werd geramd. De sneb was vaak een prachtig gebeeldhouwde figuur, die aan een vogel deed denken. De staart doet denken aan het roer van een schip. De overeenkomsten tussen vogels en schepen staan verder toegelicht in een bijlage over scheepsbouw. De Vogels van Aristophanes geven een aspect aan dat later steeds weer opduikt, waar de Trickster van zich laat horen: natievorming. Ze geven aan welke eilanden onderdeel uitmaakten van een vloot die onder aanvoering van Alcibiades naar Sicilië voer.

In een van de oudste grappenverzamelingen uit Engeland, The book of Noodles, staat een verhaal overgenomen uit het Indiase verhalenboek “Katha Manjari”. Het verhaal wordt verteld langs de zijderoute, en zou vanuit India in het huidige Turkije terecht hebben kunnen komen. Het Indische verhaal heeft veel overeenkomst met het verhaal over Nasreddin die een nachtegaal imiteert. Het laatste gedeelte van de naam Nasr–ed–din betekent “din” “financiële schuld”, maar ook “geloof” in het Arabisch. “Ed” (= el) is het Arabische lidwoord “het”. De stam van het woord “nsr” (“overwinnen,”) is erg oud. De Romeinen die vanaf ongeveer 200 voor Christus in Klein Azië een hele provincie Rum (Rome) hadden, haalden “nsr” en hun woord voor gans, anser, door elkaar. Het zou kunnen zijn dat de Romeinen toen ze de eerste keer “nasr” hoorden, dachten dat het om een “anser” (zelfde medeklinkers) ging: een gans, nou niet bepaald een nachtegaal. Vrij vertaald hebben we in de grappen rond Nasreddin dan te maken met het Geloof in de Gans. De Gans komt in het toneelstuk De Vogels van Aristophanes voor in de categorie “scheldnamen”.

Goddelijke vogels hadden altijd een plaatsje aan het firmament om op zee of in de woestijn te navigeren. De Arend is een bekend sterrenbeeld met daarin het sterrenbeeld Altaïr (Arabisch voor: Dé vogel). De Arend stond aan de hemel als teken van Zeus, spottend bij Aristophanes Zην genoemd als verbastering van χην, gans, een naam voor zijn echtgenote Hera. De gans komt in een ander sterrenbeeld voor samen met het vosje in de buurt van de Arend; de vos, stond voor de grappenmaker, de trick–ster. Het gezamenlijke sterrenbeeld staat bekend als de vos (vulpecula) met een gans in de bek. Was Zeus behalve Arend ook een Vos? Samen met Jupiter Cœlestis (Zeus) was zijn echtgenote Juno onder naam Juno Cœlestis (Hera) bij de Feniciërs (La civilisation, 118) in ieder geval in deze streken bekend. Hera, bij de Romeinen Juno geheten, stond in Rome bekend als Juno moneta, als een gans waakte Juno over Rome′s financiën. Wat betekent het dan als de Vos er met de gans vandoor gaat? En was Nasreddin zwalkend langs de Zijderoute behalve van Hera ook een afschaduwing van Zeus? Hercules, de bastaard zoon van Zeus, aan wie Hera een grondige hekel had, wordt geboren bij een sterrenhemel, die lijkt op die van bij de geboorte van Jezus. Mag je hier al de conclusie uit trekken van, twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel, de trick-ster, tussen?

Ik ken drie voorbeelden waarbij een godheid uit de hoge hemel neerdaalt op aarde om uitspraak te doen over de held van het verhaal. In Nederland is het bekenste voorbeeld dat van Vondel in de Gijsbrecht van Aemstel: Rafaël, de afgevaardigde van God, daalt uit de hemel af om Gijsbrecht te laten schikken in het lot van het verwoeste Amsterdam. Dit voorbeeld heb ik al aangehaald in de Interpreatie van deze grappen. Hoe Zeus afdaalt om het huwelijk van Alkmene en Amphitruo te redden staat te lezen in het blog van 9 april 2020. En ten slotte valt te lezen in het toneelstuk Poenulus, hoe door het ploseling op het toneel verschijnen van een tot dusverre onaangekondigde persoon er een Deus ex Machina effect onstaat, als Hanno zich presenteert om de twee Phoenicische gestolen meisjes in Griekenland op te halen en redden.

Je zou kunnen redeneren: eerst werd de godheid op een podium geplaatst om ervanaf gejaagd te worden door vijanden; vervolgens trok hij zich verweg terug in de hemel; daarop moest hij af en toe weer op het toneel afdalen om de mensen een les te leren; dat podium werd weer buiten de kerk gezet, en werd ons toneel; en de godheid trok zich nog verder terug in de onbekende hemel. Als een vogel in de lucht!